Nederlandse militairen in Duitse krijgsgevangenschap 1940-1945

KGF 98441 J. Karelse

Onderstaande korte verhalen zijn gemaild door Johan en Arie Karelse, zonen van J. Karelse. Het zijn maar losse fragmenten maar zijn volgens mij erg typerend voor de mannen, die terug kwamen uit krijgsgevangenschap en die tewerkgesteld waren in Arb.Kdo’s. In een bijbeltje heeft J. Karelse wat data bijgehouden, die ik als eerste weergeef. Hiermee is voor anderen misschien dezelfde route herkenbaar.

Mobilisatie 20-8-1939. Oorlog 10-5-1940. Gedemobiliseerd 25-5-1940. Ondergedoken 25-7-1943. Gevangen genomen 2-9-1943. Huis van Bewaring Arnhem 2 t/m 9-9-1943. Naar Waterloo-kazerne Amersfoort 9 t/m 16-9-1943. Transport naar Duitsland 16 t/m 19-9-1943. Op commando naar Dresden bij Chocolade en Suikerwerken fabriek 9-10-1943. Geëvacueerd naar Bertelsdorf bij Pirna 5-4-1945. Gevlucht naar Tsjecho-Slowakije 8-5-1945. Op transport naar huis 22-5-1945. Aankomst Holland via Verviers (België) 2-6-1945.

Arie:

“Ik heb mijn vader – en de krijgsgevangenen waar hij tot diep in de jaren negentig contact mee heeft gehad – nooit gehoord over Stalag IVA. Het was altijd over Mühlberg, Stalag IVB. Ik kan mij ook niet herinneren dat ze ooit hebben gesproken over een ander Stalag. Aan deze groep zit wel een bijzonderheid. De naam is mij ontschoten, maar er zit een niet-militair tussen. Het verhaal van mijn vader is dat het op een gegeven moment opviel dat iemand de militaire discipline als exerceren en terminologie niet beheerste. Met douchen en wassen was hij heel preuts en voorzichtig. Op enig moment kwam het eruit. Een Joodse jongen had zich brutaal weg aangemeld bij de Duitsers als militair om zo te ontkomen aan deportatie als jood naar Duitsland. Toen ze dat door hadden hebben ze hem leren exerceren en bij het spaarzame douchen uit zicht gehouden, hij was immers besneden. Niet alleen mijn vader vertelde dat verhaal, ook heb ik het gehoord van andere oud-krijgsgevangenen uit die groep.

Overigens had deze groep een vrij grote mate van vrijheid in Dresden. Ze mochten de stad in en beschikten naast werktijd ook nog over vrije tijd. We zijn er vrij zeker van dat enige van hen, misschien mijn vader ook wel, een maîtresse hadden en kinderen. Dresden was immers een stad vol met jonge vrouwen van hun leeftijd, wiens mannen aan het front zaten…….Wel was er een onaangename kant. Er kregen bijvoorbeeld 11 man permissie om te gaan stappen. Bij vertrek werd een willekeurige soldaat uit dat gezelschap in een cel gezet. Die zou zonder pardon worden doodgeschoten als ze niet allemaal op tijd terug waren. Wat er zich verder in Dresden heeft afgespeeld is duister, mijn vader heeft ook wel eens verteld dat hij iemand die voorzien was van een rode driehoek heeft bijgestaan in de uren voor zijn executie……..

Veel van hen, waaronder mijn vader, hebben enorme schade opgelopen bij het bombardement op Dresden. Mijn vader heeft de eerste dag na het bombardement moeten helpen lijken ruimen en is getuige geweest van de grote stapels lijken op de Altmarkt. Hij heeft er nooit overgepraat, tegen mijn broer heeft hij ooit gezegd dat hij tot over zijn enkels in het menselijk vet liep”.

Johan:

“Ja “DE KRIJGSGEVANGENEN” was een naam gegeven door ons gezin voor de grote groep vrienden die mijn vader meebracht uit de oorlog. Met een gestolen Russische vrachtwagen via Tsjecho-Slowakije naar Nederland, met alleen de leuke verhalen van die tocht. Nooit over de nare dingen. Slechts tweemaal in mijn leven heeft hij wat verteld. Ik zat bij de vrijwillige brandweer en vertelde hem dat ik diverse soorten metaal had zien branden. “Ach, ik heb mensen zien branden. Het zijn net vetkaarsen en wij moesten het opruimen, tot je enkels in de smurrie”. Toen ik verder vroeg ging hij “op slot” en staarde voor zich uit. Het tweede voorval was in Den Haag. Wij zaten op een terras en ineens zat mijn vader onder tafel en zei “kom joh, DUIKEN”. Later vertelde hij dat het piepen van de tram in de rails leek op het fluiten van de vallende bommen op Dresden. Dat was zeker, gezien mijn leeftijd, 11 jaar na de oorlog. Zijn beste vriend uit het kamp had dezelfde ervaring gehad. Er kwam bij ons thuis GEEN knolraap op tafel want die had hij gegeten: rauw/ verrot/ beschimmeld/ half verteerd. Ik eet dus nog steeds geen “knolletjes”!