Krijgsgevangen

Nederlandse militairen in Duitse krijgsgevangenschap 1940-1945

Chronologie

In dit overzicht treft u in volgorde van tijd de verschillende groepen krijgsgevangenen met hun aantallen aan. Tevens ziet u, in welke kampen zij als eerste terecht kwamen.

1940 (18.829 Meidagen) en (75 daarna)

  • Militairen die bij de inval in Nederland krijgsgevangen werden gemaakt en tussen 10-12 mei werden afgevoerd naar Duitsland. De officieren kwamen terecht in Oflag V-a Weinsberg (816), de onderofficieren en manschappen in Stalag II-a Neubrandenburg (6.150), Stalag II-d Stargard (3.163), Stalag III-a Luckenwalde (5.200) en Stalag XI-a Altengrabow (3.500). Zij werden begin juni 1940 ontslagen uit krijgsgevangenschap.
  • Militairen die nog vóór de afgifte van de Verklaring op erewoord werden afgevoerd in krijgsgevangenschap. Dit betrof de generaal Winkelman, zijn chauffeur korporaal Van der Pol en de adjudanten van Winkelman: kapitein Romswinckel en luitenant ter zee 1e kl Van Doorninck (4). Zij kwamen terecht in Oflag IV-b/h Königstein en IV-b/z Hohnstein.
  • Militairen die na weigering van de Verklaring op erewoord op 14 juli 1940 of later in krijgsgevangenschap werden gevoerd. Dit betrof een groep van 71 officieren en cadetten, die terecht kwamen in Oflag VI-a Soest (62), Oflag VIII-c Juliusburg (2) en Oflag IV-b/z Hohnstein (7).

1941 (3)

  • Militairen die hun gegeven erewoord teruggaven. Dit betrof 3 personen. Zij kwamen terecht in Oflag VIII-c Juliusburg (2) en Oflag IV-c Colditz (1).

1942 (2.081)

  • Militairen die hun gegeven erewoord teruggaven. Dit betrof 2 personen. Zij kwamen terecht in Oflag IV-c Colditz.
  • Militairen die op 15 mei 1942 tijdens de 2e verplichte controle op het gegeven erewoord gevangen werden genomen op 5 kazernes in Nederland. Dit betrof een groep van 2.030 officieren, cadetten en adelborsten. Op 3 juli volgde nog een groep van 32 officieren die deel hadden uitgemaakt van het Afwikkelingsbureau. Zij kwamen terecht in Oflag XIII-b Neurenberg-Langwasser en gingen in augustus naar Stalag 371 Stanislau. Voor het einde van het jaar kwamen er nog 19 officieren bij.

1943 (7.077)

  • Reserveofficieren, die in 1940 voorbestemd waren om beroepsofficier te worden. Dit betrof een groep van 133 officieren, die zich op 1 maart 1943 moesten melden in Utrecht. Zij kwamen terecht in Stalag 371 Stanislau.
  • Groepen beroepsonderofficieren en minderen en dienstplichtigen, die vanaf 29 april 1943 door de Wehrmachtsbefehlshaber in den Niederlanden werden opgeroepen zich te melden in Amersfoort en Assen. Zij werden allen afgevoerd naar Stalag XI-a Altengrabow. Dit betrof de volgende groepen met de datum waarop ze werden geregistreerd in het kamp:
    • 8-5-1943: groep van 473 beroepsmilitairen van de landmacht en marine
    • 14-5-19443: groep van 1170 beroepsmilitairen van de landmacht en marine
    • 1-6-1943: groep van 721 dienstplichtigen
    • 6-6-1943: groep van 545 dienstplichtigen
    • 12-6-1943: groep van 520 dienstplichtigen
    • 20-6-1943: groep van 672 dienstplichtigen
    • 28-6-1943: groep van 460 dienstplichtigen
    • 4-7-1943: groep van 536 dienstplichtigen
  • Groep reserve-officieren, die in juni door de Wehrmachtsbefehlshaber in den Niederlanden werden opgeroepen zich te melden in Amersfoort. Zij werden afgevoerd naar Stalag XXI-a (later hernoemd in Oflag XXI-c/h) Schildberg.
    • 25-6-1943: groep van 351 reserveofficieren
    • 24-12-1943: groep van 53 reserveofficieren
  • Groepen dienstplichtigen, die vanaf begin juli 1943 door de Wehrmachtsbefehlshaber in den Niederlanden werden opgeroepen zich te melden in Amersfoort en Assen. Zij werden allen afgevoerd naar Stalag IV-b Mühlberg. Dit betrof de volgende groepen met de datum waarop ze werden geregistreerd in het kamp:
    • 12-7-1943: groep van 342 dienstplichtigen
    • 19-7-1943: groep van 457 dienstplichtigen
    • 26-7-1943: groep van 546 dienstplichtigen
    • 2-8-1943: groep van 312 dienstplichtigen
    • 9-8-1943: groep van 222 dienstplichtigen
    • 22-8-1943: groep van 97 man, waaronder van de Koloniale Reserve
    • 14-9-1943: groep van 53 man, die individueel zijn opgepakt
    • 9-10-1943: groep van 60 man, die individueel zijn opgepakt
    • 24-10-1943: groep van 47 man, die individueel zijn opgepakt

1944 (1.259)

    • vóór 1-3-1944: groep van 456 man, die individueel zijn opgepakt en in diverse transporten in krijgsgevangenschap zijn gegaan
      • 8-4-1944: groep van 80 man, die individueel zijn opgepakt
      • vóór 1-3-1945: groep van 723 man, die individueel zijn opgepakt en in diverse transporten in krijgsgevangenschap zijn gegaan