Krijgsgevangen

Nederlandse militairen in Duitse krijgsgevangenschap 1940-1945

Toespraak Ir DHG Brethouwer

Dames en heren,

Daar sta je dan op de plaats waar onze familieleden zo’n kleine 70 jaar geleden aankwamen en gevangen werden gehouden door de Duitsers. Wie had ooit gedacht dat we hier bij elkaar zouden komen om onze familieleden te herdenken en om rond te kunnen kijken ! Voor mij is een oude wens in vervulling gegaan.

Van de officieren en cadetten van toen zijn er niet veel meer en wij zijn hier maar met een paar  familieleden: twee  dochters, één zoon, twee kleinzoons, één schoondochter en één schoonzoon.

Hoe hebben onze vaders en grootvaders hier geleefd ? Hier aangekomen na een reis van een week, opgepropt met ruim 30 man in veewagons. Het is moeilijk om je dat voor te stellen. Je kunt onmogelijk een eensluidend verhaal maken, want er zaten hier 2000 officieren en cadetten, allen met hun eigen ervaringen.

Stel je dat eens voor: allemaal gewend om orders te geven en te ontvangen, nu allemaal op een kluitje en alleen maar ongewenste orders krijgen, allemaal verschillende karakters, allemaal zorgen over het thuisfront, allemaal verstoorde dromen.

Het is een wonder dat in de loop van de tijd de meesten toch in het gareel kwamen en er maar het beste van probeerden te maken, mede geholpen door ontstane muziekgezelschappen, toneelgroepen, sport, etc. . Er werd ook veel inventiviteit gestoken in ontsnappingspogingen. Soms lukten die, maar ontsnappen was één ding, maar verder weg komen was vele malen moeilijker. Het hiermee bezig zijn was natuurlijk een goed tijdverdrijf, het gaf hoop en dat kwam het moreel ten goede. Helaas hebben een aantal ontsnapte gevangenen dit uiteindelijk met hun leven moeten bekopen.

Mijn vader heeft daar nooit aan meegedaan. Ik vond dat als opgroeiende puber maar niks en heb hem gevraagd waarom hij daar niet aan meedeed. Het antwoord was heel simpel: mensen met een gezin waren niet alleen hun vrijheid kwijt, maar ze waren ook gegijzeld. De bezetter in Nederland betaalde, volgens de conventie van Genève, gewoon het tractement door aan het gezin. Op het moment dat een gevangene ontsnapte, werd dat stopgezet en kwam het gezin zonder inkomsten.

Mijn vader heeft z’n energie gestopt in studeren en zat met stro in de klompen de engelse woordjes er in te stampen of was met andere studies bezig. Je kon het zo gek niet verzinnen of je kon het wel studeren, er was altijd wel iemand te vinden die je verder kon helpen en lesgeven. Boeken mochten uit Nederland komen. Deze studies zijn hem na de oorlog zeer goed van pas gekomen voor zijn militaire carrière.

Er waren er ook die  niet tegen het kampleven konden en, wat we tegenwoordig zouden noemen, een posttraumatische stressstoornis hebben opgelopen. Nazorg was er niet na de oorlog, tegenwoordig worden de militairen na een uitzending goed opgevangen.

Er is mij ook een geval bekend van iemand die na de oorlog nooit in een winkel in een rij ging staan, dat deed hem denken aan Stanislau, daar moest hij voor zijn eten in de rij staan !

Dat deze ervaringen later, na de oorlog, ook een stempel hebben gedrukt op die gezinnen behoeft geen betoog.

Hier in Stanislau zijn ook gevangenen door ziekte overleden. Hendrik Keppel Hesselink is op 29 september 1942 op 55 jarige leeftijd te Stanislau overleden. Zijn kleinzoon Bram Dudok van Heel wil op zijn graf twee geplastificeerde kaarten met foto’s neerleggen.

Het is mij opgevallen dat onze vaders of grootvaders niet erg mededeelzaam waren over hun tijd in krijgsgevangenschap. Niet verwonderlijk eigenlijk, je wilt een nare periode uit je leven zo snel mogelijk vergeten. Maar laten wij hen niet vergeten en allen hier gedenken. Ook allen die in de oorlogsperiode, op wat voor manier dan ook, het leven hebben gelaten. Tot slot ook de gezinnen die na de oorlog geleden hebben door de kampervaringen van hun geliefde echtgenoot en vader.

Ik wil besluiten mijn dank uit te spreken aan onze Ukraïnse gastheren, de 1e secretaris van de Nederlandse Ambassade in Kiew mw. Marisia Pechazek, de Militaire Attaché de hr. Dick Reefman en onze voortreffelijke reisorganisator de hr. Albert Ziëck.

Ik dank u voor uw aandacht.