Nederlandse militairen in Duitse krijgsgevangenschap 1940-1945

Stalag 371 Stanislau

Op 1 en 2 augustus 1942 worden de barakken van de Nederlandse officieren in Neurenberg-Langwasser ontruimd. Op zaterdag 1 augustus vertrekt Block I. Op zondag 2 augustus vertrekt Block II. De reis duurt 114 resp. 137 uur, waarbij men slechts enkele keren de trein mag verlaten. De hoofdofficieren verblijven in 3e klasse wagons, de anderen in goederenwagons. De goederenwagons blijken over meer ruimte te beschikken en zijn voorzien van banken. Als WC fungeert een jamblik in de bagagewagen. Aanvankelijk blijven de deuren van de wagons gesloten…….

Het reisdoel wordt niet bekend gemaakt. De reis gaat langs Bamberg – Chemnitz – Dresden – Görlitz – Gleiwitz – Krakau – Lemberg naar Stanislau, dat 130 km van Lemberg (huidige Lwow) verwijderd is en 40 km ten noorden van de Karpaten ligt. Deze stad telt 70-80.000 inwoners en de Joden zijn naar een ghetto overgebracht. De Russen en Duitsers zijn ook verdwenen, zodat er alleen nog maar Oekraïners en Polen zijn, die elkaar slecht verdragen. Langs de spoorlijn ziet men joodse meisjes lopen, die er in het algemeen slecht uitzien.

De voeding tijdens de reis bestaat uit een dubbel rantsoen brood (500 gr p.d.) en leverpastei (200 gr). Tevens is tijdens de reis 3 x soep en 3 x pap verstrekt. In Görlitz heeft de Ortkommandant goed voor de gevangenen gezorgd: er wordt in de 2e klas wachtkamer door kelners bediend!

De stemming tijdens de reis is verschillend: er zijn officieren bij die denken dat men teruggaat naar Nederland. Het feit dat men naar het oosten rijdt zorgt voor teleurstelling. Ook hebben er velen last van diarree, waarschijnlijk door het water dat in Polen niet zonder meer gedronken kan worden. Anderen zijn afwachtend en sommigen proberen uit de trein te ontsnappen, echter zonder succes.

De ontvangst in Stanislau is behoorlijk, op het station staan de nodige voertuigen om de bagage op te halen. Block II moet in de stromende regen naar het kamp lopen, een route van ongeveer 45 minuten.

foto station Stanislau 1941

Stationsemplacement Stanislau in 1941

wegwijzer naar Kgf Lager

Foto uit Stanislau met bewegwijzering naar het kamp (Kgf Lager)

De aankomst is een verrassing. Het stenen gebouw in de vorm van een H bevindt zich aan de rand van de stad. Het doet sommigen denken aan de Koninklijke Militaire Academie. De muren zijn 70-80 cm dik met dubbele ramen. De gebouwen hebben een sous-terrain en zijn 3 verdiepingen hoog. Het gehele terrein is omgeven met een 5 meter hoge muur met prikkeldraad erop en erachter. Het geheel is ongeveer 200 x 300 meter en alleen in een klein hoekje van het kamp staat een groep dennenbomen. Vanaf de 1e verdieping kan men over de muur kijken en ziet men in de verte de Karpaten liggen. Op alle hoeken staan wachttorens.

1-11

Links de Duitse administratie (buiten het kamp). Dan het wachtgebouw (net zichtbaar boven de muur) en daarna de vleugelgebouwen met het middenstuk. Hierin zaten de Nederlanders.

1-11a

Plattegrond van het gedeelte binnen de omheining. Het bovenste T-stuk is nooit gebouwd.

boost004

Perspectieftekening door Kap Boost

De gebouwen hebben verwarming, deels met houten kachels deels met radiatoren. Alleen op de hoogste verdiepingen kan de verwarming niet komen, de mensen hier moeten veel hun overjassen aanhouden. De kamers zijn 3.50 m hoog. De generaals liggen alleen op een kamer, de kolonels slapen met 2 of 3, de luitenant-kolonels met enkele personen en uiteindelijk liggen de cadetten met 22 man op een kamer, 2 of 3 boven elkaar. Tussen de bedden “het straatje” is een ruimte van 1.50 m en ieder heeft ongeveer 8mruimte ter beschikking. De bedden bestaan uit een stalen geraamte met een houtwol matras met dito hoofdkussen, één molton deken (uit Neurenberg meegenomen) en één deken die men in Stanislau ontvangt. Een maal per 4 weken ontvangt men een schoon laken.

IMG_0128

Generaals of Kolonelskamer (foto uit 2012 tijdens bezoek aan het kamp)

IMG_0123

Kamer voor Kapiteins en Luitenants

scannen0022

Kamer 76

In elke vleugel van het gebouw bevindt zich op elke verdieping een waslokaal met goten en kranen. Wil men zich ’s morgens rustig wassen en geen risico lopen, dan moet men er vroeg bij zijn. De “thee” wordt trouwens veel als scheerwater gebruikt. Er is ook een doucheruimte met 40 douches, zodat iedereen 1 x per 2 weken een warme douche kan krijgen. In het begin heeft men niet veel last van ongedierte maar later veel wandluizen en vlooien.

2e luitenant Henk de Pater schrijft op 8 augustus 1943 aan zijn echtgenote Puck: “Mijn Lief Vrouwtje, Op het oogenblik zijn een stel van mijn kamergenoten bezig luizen in hun bed aan het zoeken. Op zich een spannende bezigheid. Hier wordt gezegd dat het houtluizen zijn maar ze kunnen gemeen bijten en zijn zo’n drie tot vijf mm groot. Ook hebben we veel last van vlooien”.

IMG_0134

Foto van de wc’s aan het einde van de gang (gemaakt in 2012 tijdens bezoek aan het kamp)

Aan het einde van de gang zijn de wc’s. Het zijn er echter nogal weinig en ze worden vaak bevuild. Buiten is er een houten gebouw met hurkprivaten. De Duitsers willen dit gebouw afbreken omdat het niet geschikt zou zijn voor Nederlandse officieren maar de mannen zelf willen dat het blijft. Voor ouderen die moeilijker bukken worden zitgelegenheden gemaakt.

Aan het hoofd van de wasserij staat de kapitein intendance F.A. Nieuwland. 1 x per week wordt de was ingenomen met uitzondering van sokken en zakdoeken, die moeten de heren zelf wassen.

270543

Wasploeg Cadettenkamp Stanislau. In het midden Kapitein Nieuwland

In de loop van 1942 is Jhr G.A. Bowier een kappersbedrijf begonnen. In het begin met een gehuurde schaar en tondeuse van de Duitse kampleiding. Later met materiaal dat de familie opstuurt. In Stanislau is de kapsalon in een zaal op de bovenste verdieping en is open van 9.00 – 11.45 en van 14.00 – 16.30 Uiteindelijk zijn er 14 kappers werkzaam, gekleed in witte linnen pakken, die in bruikleen worden gegeven door de Duitsers. Het knippen kost 30 en later 50 groszy. Voor knippen met frixion 1 sloty 50. Enkele kappers zijn: Kapitein art D. v.d. Bosch, Kapitein inf E.W. ’t Sas, Kapitein art M. Tans, 1e luitenant J.J. Wijnsouw, 1e luitenant genie Ir. E. van Dijk.

Het water in het kamp kan niet zonder meer gedronken worden. ’s Morgens wordt een grote hoeveelheid slappe thee verstrekt en om 10.00 uur en om 15.00 uur gekookt drinkwater ter beschikking gesteld. Door de Duitse Stabsartz Dr. Berghoff wordt een proef gedaan met asbest en zandfilters. In de apotheek vind men Russiche oorlogsbuit in de vorm van chloortabletten en andere geneesmiddelen. De Russische opschriften moeten echter wel eerst vertaald worden. In de zomer van 1942 liggen er gemiddeld 14 a 15 man in het lazarett ivm buikloop.

Het lazaret bevind zich in het kamp (Lager-Revier) en niet zoals in Neurenberg-Langwasser buiten het kamp. In een hoek van het terrein en omgeven van dennenbomen ligt het gebouw. Het bestaat uit 4 afdelingen: een zaal voor de Serven, een zaal voor de chirurgische afdeling, een zaal voor besmettelijke patiënten en een zaal voor niet-besmettelijke patiënten. Per kamer kunnen er 5 a 6 patiënten liggen. Beter voor de hygiëne maar niet zo gezellig als in Neurenberg-Langwasser, waar de gehele zieke familie in één zaal lag. In het lazaret komen Russische oppassers, de Server mogen er niet in want zij zijn te vuil. Voor de verpleging zijn verantwoordelijk: Kapitein vlieger J.J. Peeters (administratie), Kapitein art H. Adriaansen (inwendige dienst), 2e luitenant KNIL W.J. Schreek, 2e luitenant art B.G.J. Rooyakkers (verpleging) en Cadet-sergeant A.W. Bruins (corvee-diensten).

IMG_0120

Krankenrevier in 2012. Mochten niet dichterbij komen om een goede foto te kunnen maken.

Voor specialistische behandeling is men aangewezen op de specialisten in Stanislau. Zij hebben een goede indruk gemaakt op Dr A.O.H. Tellegen, die als off.van gez.2e klas de taak van kampdokter op zich neemt. Nonnen werken er als verpleegsters, er is een Oekraïner als chirurg, een internist en een KNO-arts. De chronisch zieken, ouderen en doktoren worden teruggestuurd naar Nederland en de artsen en apothekers worden dan weer vervangen. Op 25 augustus 1942 vertrekken 4 artsen naar Nederland, waaronder Dr A.O.H. Tellegen. Toon Tellegen komt in het verzet terecht en wordt op 7 oktober 1943 bij zijn huis in Zeist gearresteerd. Op 22 oktober wordt hij ter dood veroordeeld en een dag later in de duinen bij Overveen gefusilleerd.

De volgende personen worden dan Blokarts: Dr. M.J. Nubé, Dr. J. van Eek, Dr.K.E.P.H. Naaring, Dr. J.E. Brouwer. Op 21 oktober 1942 vertrekt er weer een groep chronisch zieken en anderen naar Nederland. Over de reis van 8 december 1942 vertelt een van de patiënten:

“Na voorzien te zijn van 800 Zloty -als voorschot op mijn conto- na gegeten te hebben roode kool met 3 aardappels, na ontvangen te hebben mijn brieven uit de censuur, blikjes uit het depôt, na ingeleverd te hebben ons herkenningsplaatje, vertrok ons detachement ongeveer 10.00 uur ‘s avonds uit het gebouw tegenover de hoofdingang, begeleid door een Duitschen majoor, den Duitschen luitenant Lindau, een Feldwebel en drie Duitsche soldaten. Na een marsch van drie kwartier over een bevroren weg kwamen we aan het station te Stanislau. De Oberstleutnant, de Lagerkommandant, was per auto aangekomen en aan het station aanwezig. Na veel gerangeer vertrokken we in de  nacht van 8 op 9 december 1942 te 1.30 uur van het station aldaar. Voedsel onderweg voldoende. Aankomst Den Haag 14 december 1942. We zijn tot aan de “Entlassung” te Den Haag “Kriegsgefangene” gebleven, m.a.w. we werden scherp bewaakt en de kans om met personen op de Hollandsche stations in aanraking te komen was nihil. Het was een taaie reis met veel gerangeer en het zetten van ons treingedeelte op zijsporen en het haken achter verschillende personen- en goederentreinen. In Den Haag werden we allerhartelijkst ontvangen, boden dames ons allerlei lekkers aan en ontving men ons met een goed maal in het Mil.Hospitaal”.

In het eerste jaar overlijden de volgende militairen:

IMG_0170

Majoor inf A.J.J.M. Lohmeijer

IMG_0171

Kolonel int G.J. Potgieser

IMG_0169

Kapitein art P.M.W.J. van der Slikke en Luitenant-Kolonel H. Keppel Hesselink

De voeding is koolhydraatrijk van aard en in de verhouding: 3 delen eiwit, 2 delen vet, 16 delen koolhydraten. Het is zaak eiwitten en vetten en vitaminen A, B, C en kalk op te laten sturen uit Nederland. Kaas, boter, reuzel, ham, rookvlees, slaolie, stokvis, blikjes vis, bruine bonen, erwten, rijst, citroenen, verse groenten, gedroogde groeten (vooral wortels). Aardappels zijn er eerst niet maar worden later aangevoerd en dan ingekuild. Onder de sneeuw blijven ze goed. In Stanislau krijgen sommige mannen weer last van een klapvoet, net als in Neurenberg-Langwasser. Dit duidt op een gebrek aan vitamine B. Stabartz Berghoff voelt veel voor het vitaminevraagstuk en uit de bierbrouwerij in Stanislau laat hij gist komen en dit wordt verdeeld onder militairen. De ziekte is echter nog niet bedwongen. Vitamine D is overbodig, er schijnt voldoende zon.

De bereiding van het eten gebeurt in de grote keuken. Het hoofd van de keuken is Kapitein int M. Carol, die in december 1942 wordt opgevolgd door Kapitein int F. Wijnman. Chef-kok is Kapitein H.W. van Dulmen Krumpelman, die ook zeer fraaie tekeningen heeft gemaakt. Verder werken er nog in de keuken: Luitenant ter Zee 2e kl S.D. Duyverman, 2e luitenant art C.J. Langelaar, adelborst Overhoff en 1e luitenant inf G. Peetsold.

De inrichting van de keuken is zeer modern. Per kamer wordt het eten door een officier en hulp van Servische oppassers (later Russische) uit de keuken opgehaald. Het middagmaal wordt gebruikt in de eetzalen, de broodmaaltijden worden op de kamer genuttigd. Per slaapzaal is er ook een klein goed ingericht keukentje, waar men zelf eenvoudig kan koken. Aanvankelijk worden er op het exercitieterrein op geïmproviseerde kacheltjes gekookt.

In de eerste dagen heeft men in het kamp bijna niets te eten. Als middagmaal soms een bord vermicelli. Daarnaast nog een stuk worst, een paar tomaten, een paar lepels kwark en 1/2 liter soep. Aardappels komen pas later en worden in de schil gekookt, ze zien roze of geel en ruiken niet fris. Later worden er 3 x per week 8-10 aardappelen verstrekt en op de andere dagen maisgries. Vlees bijna nooit, geen eieren, kaas of melk. In het najaar veel witte kool, soms 2 x daags. In het voorjaar 1943 vismeel, linzen en boekweitpap, gort. 1 xper week een lepel vet maar deze is ongeschikt voor consumptie. Er worden brandertjes van gemaakt. Af en toe surrogaat jam, 150 gram suiker per week. Brood krijgt men 2 kg per week van een betere kwaliteit dan in Nederland. In Neurenberg-Langwasser heeft men in 3 maanden 3 x verse groenten gekregen, in Stanislau in 4 weken 1 x tomaten en 1 x komkommers.

Zondags, Woensdags en Vrijdags wordt om 12.00 uur geen eten verstrekt. De “magere” dagen moeten door de pakketten van de familie worden goedgemaakt. Men heeft nog altijd minstens 1 pakket per week uit Nederland nodig als bijvoeding. De Nederlandse Rode-Kruis pakketten zijn bonloos, kosten 7,50 gulden per maand per pakket en komen ongeregeld aan. Pakketten uit Engeland en Amerika zijn zeer goed.

De krijgsgevangen officieren schrijven aan hun familieleden op gevangenen postpapier van 24 regels. Briefkaarten hebben 7 regels tekst. Alles moet met potlood geschreven worden. Een mooi voorbeeld van een gewone brief van het thuisfront, die ook nog eens door de Duitse censuur komt, is deze nieuwjaarsgroet van Puck de Pater aan haar man, 2e luitenant inf Henk de Pater:

doc134a

Per maand mogen er 3 brieven en 4 briefkaarten geschreven worden. Elke brief of briefkaart bestaat uit 2 gedeelten: een gedeelte voor de afzender om te schrijven en een blanco deel, dat de ontvanger kan gebruiken voor het antwoord. In 10 dagen tijd behoort de post haar bestemming te bereiken maar dit wordt lang niet altijd gehaald. Sins december 1942 is er ook de mogelijkheid, dat familie in Nederland bij geboorte of overlijden om een telegram naar Stanislau te sturen. Later wordt dit verboden. Nieuwjaarsgroet van een kennis aan 2e luitenant inf Henk de Pater:

doc135c

In het begin kan men ongelimiteerd pakketten sturen. Sinds februari 1943 ontvangt de familie 8 adresstroken van het Rode Kruis, waarmee 8 pakjes a 2 kg kunnen worden verzonden. De pakjes komen vrij geregeld aan en diefstal behoort tot de uitzonderingen. Op 27 juli is het uitreiken van de pakketten in Neurenberg-Langwasser stopgezet en op 15 augustus 1942 komen deze aan in Stanislau. Op 15 augustus zijn alle 8.450 stuks uitgedeeld. Veel van de inhoud is bedorven. O.a. roggebrood dat gele schimmel vertoond. men kookt het 10 minuten en maakt er broodpap van.

In Stanislau is er een afdeling, die zich bezighoudt met de verstrekking. Eigen officieren voeren de administratie en de Duitsers houden toezicht.

stanis6

In het middengebouw zijn enkele kantine-verkooplokalen. Te krijgen is hetzelfde als in Neurenberg-Langwasser, uitgebreid met borstels (kleer- tandenborstels), lucifers, zakmessen, papier, houten sandalen. Deze sandalen zijn duur maar zeer in trek: 26 Zloty – Fl 10. Met de reparatie van schoenen is het slecht gesteld, er is een groot gebrek aan leer. Alleen stikwerk kan vervangen worden. Verder is er veel houtsnijwerk te krijgen, gemaakt door de Russen. Sigarettenkokers, doosjes, linialen, wandborden etc. Sinds juni 1943 kan er ook af en toe een biertje gekocht worden. Lucifers zijn beperkt te krijgen (1 doosje per 2 man) en zijn duur, zodat deze beter opgestuurd kunnen worden. Vanuit de kantine-winst worden er enkele reproducties gekocht ter versiering van de wanden in de kantine.

Dat ontvangen post en ontvangen pakketten heel belangrijk was voor de krijgsgevangenen, blijkt wel uit het feit, dat hier een hele administratie van werd bijgehouden. Wanneer een brief verzonden, wanneer een antwoord retour? Van wie een pakje gekregen, wanneer en met welke inhoud? Onderstaande documenten laten zien, hoe de Ltz Willem van Rossem dit allemaal bijhield.

WvRossem0085

WvRossem0095

In maart 1943 komt er een grote groep aan van officieren en cadetten, die zich in 1942 niet gemeld hebben. Deze groep moet zich op 1 maart 1943 melden in Utrecht. Aan deze groep worden de nummers 32.084 tot en met 32.216 uitgereikt. De aanwezige cadetten in het grote kamp moeten hiervoor plaats maken en verhuizen naar het naastgelegen ” Nebenlager”, dat later het Cadettenkamp zal worden genoemd. Ook voor de nieuwelingen begint het leven als krijgsgevangene met het aanleggen van de Personalkarte. Let hierbij op het feit, dat er wel een stempel Stalag 371 wordt geplaatst maar er wordt doorgenummerd vanuit Oflag XIII B Neurenberg-Langwasser.

doc0001ag

Personalkarte van Tweede-Luitenant H. de Pater Kgf 32124

doc0001ah

 Voor een beschrijving van het kamp zoals dat gemaakt is in augustus 1943 klik hier.