Krijgsgevangen

Nederlandse militairen in Duitse krijgsgevangenschap 1940-1945

Ontsnapping 21-04-1945

Het volgende verhaal is door de Kolonel Th. J. Reeser genoteerd in het gedenkboek Ilag VII C/Z Oflag Tittmoning. Het is het verhaal van de ontsnapping van de Engelsman Giles Romilly en de Nederlandse eerste luitenant André Tieleman op 21 april 1945. Het verhaal is door Tieleman verteld aan de Nederlandse officieren op 5 mei 1945, toen hij weer terugkeerde in Tittmoning. Giles Romilly was een “Prominente” en was samen met andere Prominente overgeplaatst van Oflag IV C Colditz naar Tittmoning. Omdat hij de neef van Churchill was, wilde hij per se ontsnappen om niet als gijzelaar gebruikt te worden door de Duitsers. Mogelijk dat hij ook indruk wilde maken op de achterblijvers in Colditz, aangezien dit een kamp was voor notoire ontsnappers en Giles graag in dit rijtje opgenomen wilde worden.

Luitenant Tieleman heeft vrijwillig de opdracht aanvaard om de “burger” Romilly te begeleiden. Deze mocht niet in Duitse handen vallen. Als voorbereiding verstoppen Tieleman, Romilly, Kap van den Wall Bake en de kornet Feenstra Kuyper zich onder de Duitse schildwacht in zijn toren. Ze knippen hiertoe de draad door in de loopgraaf. Van den Wall Bake en Feenstra Kuyper dienen als afleiding, om de echte ontsnapping te maskeren. Al meteen tijdens de ontsnapping doet zich een kritiek moment voor. Tieleman is met een dik touw al over de muur heen (ong. 20 mtr) als de schildwacht Romilly ontdekt, die niet zo atletisch is aangelegd. Romilly zit nog op de muur als de schildwacht naar de telefoon grijpt. (gelukkig grijpt hij niet naar zijn mitrailleur). Op dat moment laat Romilly zich ijlings zakken maar doet dat zó vlug, dat hij zijn handen openscheurt tot op het bot. Als de wachtpost aan de telefoon weer opkijkt, ziet hij niet Romilly maar Feenstra Kuyper staan. Hij denkt echter dat het dezelfde persoon is en dat de zaak voor hem dus in orde is. Hij is zich er niet van bewust, dat er al 2 man (Tieleman en Romilly) over de muur heen zijn. De wachtpost heeft gealarmeerd en de toegesnelde wacht arresteert Van den Wall Bake en Feenstra Kuyper. Ondertussen zitten Tieleman en Romilly onder aan de muur achter een stapel hout. Ze kruipen langs het electriciteitshuisje door grote bonenstruiken en door de tuin van een huis, waar een hond tegen een hek opspringt en blaft maar waar de mensen in het huis niets van merken. Ze hebben van tevoren afgesproken, dat ze tijdens de reis alleen maar Frans spreken. Tieleman (een Limburger en bij de gevangenen een “sjang” genoemd) spreekt goed Nederlands, Frans en Duits. Romilly echter is een Engelsman “pur sang” en zijn Duits is nog slechter dan zijn Frans. Ze hebben valse papieren als Nederlandse en Franse arbeiders van de Duitse Arbeitseinsatz. De “Reisvereniging” heeft hiervoor gezorgd.

Na enige tijd gewacht te hebben, besluiten ze het erop te wagen. Ze lopen al pratende met elkaar – zelfs hardop alsof ze onder elkaar wat ruzie hebben. Er zijn in Tittmoning namelijk veel Franse arbeiders en daarom zijn Frans sprekende mannen geen ongewoon verschijnsel. De schildwacht (post nr 5) heeft hen gezien maar is door het luide praten geheel misleid. Typisch is dat bij de brug bij het hoge huis dat dicht bij de burcht ligt, Tieleman en Romilly een andere man tegenkomen, eigenaardig gekleed, die op zijn beurt blijkbaar ook niet “zuiver” is en hem …”smeerde”. Tieleman en Romilly gaan richting Kay. Tieleman heeft een kompas maar laat deze vallen precies waar een riool is en dus zijn ze het kompas kwijt. Ze gaan van Kay naar Wiesmühl langs binnenwegen (ong. 7 km), dan naar Palling. Dichtbij Palling is het erg druk en gaan ze voorzichtig voorwaarts. Ongeveer 6 km voor Palling gaan ze een zijwegje in en komen ze opeens bij een controlepost. “Halt, Militär Kontrolle”. Tieleman: “wir gehen nach Freilassing”. Duitser: “und der Kamerad?”. (kijkt in de papieren) “Ah, vous êtes Francais, né à Dieppe!” (dit staat in de pas van Romilly). Toevallig is deze Duitser in Dieppe geweest en spreekt daarom wat Frans. Romilly durft echter niet over Dieppe uit te wijden want hij kent die plaats helemaal niet. Romilly vraagt de Duitser of hij ook in Parijs geweest is en daarover wordt daarna een beetje gesproken. Tieleman laat quasi zijn papieren vallen en Romilly praat rustig door. Het eindresultaat is, dat de Duitser zegt: “Ach, gehen Sie nur weiter!”.

Dat laten Tieleman en Romilly zich geen twee keer zeggen en ze vervolgen hun weg naar Freilassing. Ze dwalen hierbij veel en maken veel omwegen, zodat ze na 9,5 uur in Freilassing aankomen, na 38 km gelopen te hebben. Het is dan 06.30 uur. Op het station vraagt Tieleman 2 Fahrkarten naar München. Hij overlegt zijn Ausweis en een brief van de firma uit Berlijn (waarschijnlijk Max Lindner Machinenbau Berlin). De juffrouw aan het loket vraagt echter ook naar de Sonderausweis van de Polizeipräsident in Leipzig. Nou, die hebben ze niet. “Also keine Fahrkarten”. Ze gaan naar het politiebureau en worden daar geheel onderzocht. Men vindt niets. Het gevangenenplaatje, dat zou moeten dienen als ze onverhoopt gearresteerd worden, zit nog in de schoen. De man die hen van het station naar het politiebureau brengt, geven ze enkele Amerikaanse sigaretten. Ze hangen een zeer treurig verhaal op dat ze bedrogen zijn door een 3e man, Posthumus geheten (geheel fictief uiteraard), die er met hun papieren vandoor is gegaan. De Duitser die de sigaretten heeft gekregen, doet een goed woord voor hun bij de Leutnant (leve de tabak!). Het gevolg is, dat men hen wel wil helpen. Ze krijgen een brief mee voor Traunstein, waar ze verder geholpen kunnen worden met papieren. Tieleman en Romilly hebben een klantenlijst bij zich van hun firma, met daarop de namen van o.a. Schenker (Duitse Sonderoffizier.), Schmidt (Sonderführer), beiden van het krijgsgevangenkamp. Ook de naam von Heyden staat erop (een kameraad in het kamp). Dan gaat plots de telefoon en Tieleman en Romilly kunnen meeluisteren: er zijn 6 Engelsen en 1 Nederlander ontsnapt en opsporing en aanhouding worden verzocht. (de 5 andere Engelse prominente, die aankomen in Tittmoning met Romilly, zijn verborgen gehouden in het kamp, in afwachting van een ontvluchtingskans).

De Leutnant antwoord: Jawohl, ich soll alles machen. Patrouille aussenden und so weiter. En dat terwijl de vluchters naast hem staan! Er is geen spoor van verdenking. Tieleman en Romilly blijven de gehele dag in Freilassing en maken enkele bombardementen mee. Ze gaan naar een apotheek en zelfs naar een Duitse dokter, om de hand van Romlilly te laten verbinden. ’s Avonds lukt het beiden om de trein van 19.50 naar Traunstein te pakken. De trein is zó vol, dat er aan de buitenkant nog allerlei mensen hangen. Er zit van alles in de trein en iedereen wil weg van de bombardementen. 4 km voor Traunstein uitstappen: geen straat maar holle weg met huizen met vele verdiepingen. Het regent dat het giet. Ze verblijven met 300 a 400 man op de markt. ’s Avonds om 21.30 op de markt bij een huis gevraagd om onderdak. Tenslotte van 02.00 tot 06.00 geslapen in een open paviljoen van een hotel. het is ondertussen zondag geworden en ze twijfelen of ze verder moeten gaan of daar moeten blijven. Ze besluiten om verder te gaan.

10 km buiten Traunstein gaan ze een café voor SS en Wehrmacht binnen en vragen om werk en ook om eten. Voor een stuk goede zeep krijgen ze eten en bier. Na 1/2 uur gaan ze weer verder. Het regent echter zo hard, dat ze na 2 uur lopen schuilen onder een afdak van een schuur. Daar ontmoeten ze een man, die zegt: “Est-ce que vous êtes Francais?” Hij raadt werken af, omdat Eisenhower al heeft laten weten, dat alle loslopende buitenlandse arbeiders geholpen moeten worden. Tieleman scheert zich bij de man en deze zegt, dat ze geen buitenlandse arbeiders zijn maar ontvluchte krijgsgevangenen. Hij geeft hun het adres van een Frans krijgsgevangenkamp. Daarna gaan ze verder en komen in Altenmarkt. Ze zijn dichter bij Tittmoning gekomen en het blijkt, dat ze in een kringetje hebben gelopen! Ze krijgen onderdak op een zolder bij een Baumgärtner, waar ook Duitse soldaten zijn. Op zeep is men razend, dus weer eten gekregen. Ze slapen 1 mtr diep in het hooi tussen Duitse soldaten. Om 07.00 uur boterhammen met koffie en vlees. Maandag is het beestachtig weer met hagel. Ze lopen verder richting Wasserburg. Na 7 a 8 km door de bossen te hebben gelopen, komt een lege vrachtauto achterop gereden. Pinkelpause. Ze vragen of ze mee mogen rijden en dat mag. Ze bieden sigaretten aan. Helaas is de wagen beladen geweest met mest en komen Tieleman en Romilly onder de stront. Dit belet echter niet, dat de auto binnen 1 uur vol is met Volkssturm, SS, Wehrmacht, pastoor, vrouwen, kinderen, fietsen etc. Allemaal mensen die vluchten voor de bommen, zonder speciaal doel. De auto gaat richting München. Bij het instappen geeft de chauffeur aan, dat er een strenge controle komt en dat ze zeker geen papieren hebben. Gewoon meedoen, we zien wel wat er gebeurt. Bij de controle helpt Tieleman – luid Limburgs pratende – met het opladen van de fietsen. “Haben Sie ein Ausweis? “. “Selbstverständlich” antwoordt Tieleman. Romilly houdt zich op de achtergrond. De auto gaat door naar Haar en daar moeten ze verder te voet naar München.

3/4 van het stadsgedeelte van München is verwoest. Er lopen ongeveer 40.000 buitenlandse arbeiders, onder wie vele Fransen en Italianen, rond.  Tieleman en Romilly hebben als contactadres gekregen: Landwehrstrasse 28 maar…. de gehele straat is weg. Ze zwerven rond en bellen bij 40 a 50 huizen aan. Zonder succes. Ze vinden een op een open terrein een werkkeet en slapen daar wat. Opeens een loeiend geluid: bommen. Ze gaan eruit en gaan met andere mensen een schuilkelder in. Hier slapen ze 1 uur en gaan weer naar buiten. Dan weer luchtalarm en dus weer naar binnen. Romilly is ziek geworden en heeft koorts. Ze vragen of ze kunnen slapen en mogen bij Franse krijgsgevangenen slapen, mits ze weg zijn als de Feldwebel zou komen. Na het geven van wat sigaretten gaan ze weer verder, op zoek naar heer de Meyer, hun contact in München. Er volgen enkele controles, o.a. van een hoge piet van de Hitlerjugend. Veel luchtalarm. Eindelijk vinden ze de Meyer, een Vlaming.

Van Meyer krijgen ze 1 paar sokken, 1 das, stuk spek, kaas en boter. Waarde op de zwarte markt: 1500 gld. Al deze spullen zijn gegapt uit de Sigarettenfabriek. Ze krijgen als advies om voolopig naar Mosach te gaan, daar zijn veel Kriegsgefangenlager. Het lukt ze om onderdak te krijgen in een krijgsgevangenkamp. Bij de barak staat Flak-geschut en heel de barak schudt als het vuurt. Het is inmiddels dinsdagmorgen geworden. Romilly is totaal kapot van vermoeidheid. Dan hebben ze een meevaller: ze slapen bij een juffrouw waar ze koffie met room en suiker krijgen. Maar ook …. een bad! Als vergoeding krijgt ook zij een stuk zeep. Ze krijgen schoon ondergoed van “Vater” en slapen in een verenbed. Zelfs de schoenen zijn gepoetst! De kleding wordt nog schoon gemaakt en er wordt heerlijk gegeten, zeg maar gerust gevreten! eieren, sla, doperwten, spinazie, rabarber en veel suiker! Kop chocola met slagroom! Tegen 18.00 uur klaar, radio München. Tieleman vraagt of radio Luxemburg aan mag maar daar wordt niet veel op gehoord. Toen naar bed.

De volgende morgen (woensdag) om 09.00 ontbijt. Om 11.00 uur omeletten met marmelade en om 12.00 middageten. ’s Middags gaan ze weer naar de stad, ze willen weg maar worden uitgenodigd om tot donderdagmorgen te blijven. Plotseling verspreekt Romilly zich en doet een uitroep in het Engels. Hij zegt: “Don’t you remember what …..” pardon et il continera en francais. De juffrouw bemerkt, dat hij een Engelsman is: “Sie sind auch kein Arbeiter, doch Offiziere”. De juffrouw is de vrouw van een Duitse SS Unteroffizier, Sturmscharführer. Tieleman geeft het ronduit toe en zegt: “Je kunt me nu aangeven maar geef me 5 minuten tijd”. Zij zegt, dat ze er niet aan denkt om hen aan te geven en dat haar man een beest is, die er wel 4 vrouwen op na houdt. Ze is niet van de Partei en vraagt om bescherming om niet gemolesteerd te worden als de Amerikanen komen.

Op zaterdag zegt de vrouw, dat er treinen staan met voedsel die men zo maar leeg kan halen. Tieleman en Romilly gaan er heen met een wagentje en 2 fietsen en brengen van alles mee naar huis. Corned beef, klossen garen, boter, jenever, suiker etc. Van zaterdag op zondag om 03.00 uur artillerievuur, dus naar de kelder gegaan. Maandag van 08.00 – 12.00 uur weer artillerievuur. Plotseling denkt Tieleman: wat is het toch stil in huis. Maar dan komt de vrouw aanlopen en roept: “Herr Tieleman, die Amerikaner sind da!”. Inderdaad ziet Tieleman de Amerikanen. Plotseling ook overal witte vlaggen. Er worden bloemen geworpen naar de jeeps en meisjes worden gekust door de soldaten. Romilly’s hart als journalist spreekt: hij zit vooraan!

Tieleman gaat naar een Amerikaanse officier en deze zegt hem dat hij alles kan krijgen wat hij wil: house, girls, everything. Hij krijgt ook een fles champagne. Om 18.00 denkt Tieleman er over om naar huis te gaan om te zien hoe het met de vrouw is. Daar aangekomen, roepen de reeds aanwezige Amerikanen: Hands up! Snel legt Tieleman zijn status uit. De Amerikanen draaien bij en zeggen, dat ze alles kapot maken als ze nazi’s vinden.

De volgende dag vinden Tieleman en Romilly het bureau van de 45e Divisie. Er wordt tegen hen gezegd, dat ze de volgende dag terug moeten komen. De volgende dag zegt Tieleman tegen Romilly, dat Romilly er maar alleen heen moet gaan. Romilly gaat weg maar komt niet meer terug. Tieleman wordt ongerust en gaat op zoek. Hij vindt uiteindelijk luitenant Novins (USA). Deze zegt, dat Romilly per vliegtuig weg is. Jammer dat je er niet bij was maar niets aan te doen! Het papier met het adres van Tieleman in München is zoekgeraakt en daarom had men hem niet tijdig kunnen waarschuwen. Tieleman blijft nog even in München en als tolk bij het Allied Military Government. In München ontmoet Tieleman de Kap van den Heuvel, die na de bevrijding van Tittmoning op zoek is gegaan naar Tieleman en Romilly. Tieleman meldt zich bij van den Heuvel met de Bijbelse woorden: “Kapitein, het is volbracht!”.

De vrouw krijgt een brief, waarin haar hulp aan de ontvluchte krijgsgevangenen is beschreven. Ze wordt hiermee gespaard voor eventuele vergeldingsacties van de Amerikanen.

Tieleman gaat terug naar Tittmoning, waar de bevrijde officieren wachten op transport naar Nederland. Hij vertelt hier bovenstaand verhaal. De rest van de officieren vindt het niet gepast, dat Romilly is verdwenen zonder afscheid te nemen van Tieleman. Het is aan Tieleman en aan diens alertheid te danken, dat Romilly kon ontsnappen. Tieleman vergoelijkt echter het gedrag van zijn Engelse “vluchtmakker”‘. Na de oorlog is er aan Tieleman geen Engelse onderscheiding uitgereikt en heeft hij ook niets meer vernomen van Romilly.

Romilly beschrijft zijn gevangenname in Colditz en zijn ontsnapping met Tieleman in het boek: “The Privilaged Nightmare” samen met Michael Alexander, zoon van maarschalk Alexander. Later ook uitgegeven als: “Hostages at Colditz”.

Stanislau . Eerste luitenant André Tieleman, staande 4e van links (hoofd net zichtbaar achter zittende man 2e van links).

 

 

Giles Romilly in Oflag IV C Colditz