Nederlandse militairen in Duitse krijgsgevangenschap 1940-1945

Oflag XIII B Neurenberg-Langwasser

De militairen die in juli 1940 de erewoordverklaring hebben getekend, moeten zich op regelmatige tijden melden. In 1942 is er weer zo’n oproep en vele officieren geven hier gehoor aan. Op 15 mei dient men zich te melden op een 5-tal kazernes in het land. De heen- en terugreistijden staan keurig vermeld. Bijna niemand beseft, dat het een list van de Duitsers is en dat men deze keer niet terug naar huis kan keren. De meesten hebben dan ook niet veel aan kleding en bagage bij zich.

Op 16 mei 1942 komt de eerste groep officieren aan in Nürnberg-Langwasser. Op 17 mei komen de volgende groepen binnen en zijn er in totaal zo’n 2.000 officieren. Het kamp bestaat uit lange rijen houten barakken en kan wel tot 9.000 gevangenen huisvesten. De Nederlanders komen in Blok I (800 man) en Blok II (1200 man) terecht. Op dat moment zijn er reeds vele Joegoslaven (Serven) aanwezig in het kamp.

PLATTEGROND OFLAG XIII B Neurenberg

De Duitse commandant is Oberstleutnant Freiherr von Imhoff. De hoogste Nederlandse officier in het kamp is vice-admiraal Schreuder. Men betrekt de barakken willekeurig, niet op ancieniteit in rang. Uiteindelijk komen de cadetten en adelborsten wel bij elkaar, omdat ze dat zelf leuker vinden en “zich beter aan den studie kunnen wijden”.

Bij aankomst is het kamp nog niet helemaal af, zodat er de eerste dagen in tenten geslapen moet worden. In elke barak is plaats voor ongeveer 90 man. De bedden staan langs de wand van de barak, 3 stuks boven elkaar. In het midden tafels en banken zonder leuningen. Er zijn geen kastjes, dus de koffers moeten onder het bed. De jongsten slapen boven, bij het omdraaien schudt de rest. Op de staaldraadmatras rust het houtwolmatras, met een soort van papieren omtrek. tegen het stuiven is er een blauwgeruite sloop. Graag ontvangen de mannen van thuis nog enkele kussenslopen en extra dekens, want het begint er ’s nachts al koud te worden. In de barak is ook een wasgelegenheid, een lange goot. Men eet, woont en slaapt in de barak. De wc’s bevinden zich buiten en zijn zeer primitief. men kan er ’s nachts heenlopen maar wel in een rechte lijn, anders wordt er geschoten. Eenmaal in de 3-4 weken kan men een warme douche nemen. Hiervoor moet men naar een ander kamp wandelen. Er zijn 4 officieren van gezondheid: A.O.H. Tellegen, W. Bakker, de Wit en J.D. Branger.

Voor de katholieken wordt een kerkdienst gehouden, die door de generaal van Munnekrede geleid wordt. Kolonel Barbas doet hetzelfde voor de protestanten. Kap Dr C.L. Walther Boer heeft meteen een zangkoor opgericht, dat al een uitvoering heeft gegeven van Valerius’ Gedenckklanck, waarvan ook de Serven hebben genoten. Het verhaal gaat, dat de Serven het notenschrift van de taptoe toegeworpen hebben gekregen met een steen en aangezien zij over blaasinstrumenten beschikken, hebben ze de taptoe geblazen. Daarna volgt het Servisch volkslied, waarna de Nederlanders het Wilhelmus zingen. Dit kost hen streng arrest. Er wordt met de Serven geschaakt d.m.v. morse-tekens.

De mannen starten met het volgen van allerlei lessen, aangezien er vele officieren zijn met een bepaalde bevoegdheid. Sport is nog te vermoeiend door te weinig voedsel.

image6

Handdoeken liggen klaar voor een zonnebad

image5

Postbarak

image4

Kantine van blok II

image3

De ‘Boulevard”

Na de oorlog wordt er door de kapitein van Dulmen Krumpelman een album uitgegeven met reproducties van tekeningen in kleur van de kampen Neurenberg-Langwasser, Stanislau en Neubrandenburg. Deze map kost in 1948 al 25 gulden en ondanks dat velen hiervoor hebben ingeschreven, worden er niet heel veel afgenomen, zodat het nog een financiële tegenvaller wordt voor van Dulmen Krumpelman.

crayon26

crayon25

crayon23

crayon22

crayon21

crayon20

crayon19

crayon24

De weg langs Block I wordt de Wilhelmina Boulevard genoemd.

Ook hier begint het kampleven met het aanmaken van de pasfoto met nummer en het aanleggen van de “Personalkarte”. De nummers die verstrekt werden begonnen met 30.001 (Kapitein Dirk v.d.Bosch) en eindigden met 32.031 (Eerste Luitenant Bartholomeus Jansens). Op 2 juli 1942 wordt het afwikkelingsbureau van de voormalige Nederlandse Weermacht in Den Haag opgeheven en gaan ook deze officieren in krijgsgevangenschap. Nummers hierbij van 32.032 (Luitenant Kolonel Fabius) tot en met 32.062 (Eerste Luitenant Middelkoop). De nummers 32.063 tot en met 32.083 worden gebruikt voor vrijwilligers, die voor een aantal maanden (3) in krijgsgevangenschap gaan. Dit is vooral geneeskundig personeel, zij hoeven namelijk niet in krijgsgevangenschap.

personalkarte_voorkant

wendelaar05

De eerste weken moeten de mannen het doen met de kleding die ze aanhebben. Ook scheerspullen zijn slechts sporadisch voorhanden. Zie bovenstaande foto van Luitenant Wendelaar (genomen op of rond 5 juni). Na 6 weken komen er koffers binnen met extra uniformkleding, ondergoed en clandestiene goede gaven.De ouders van de Ltz Willem van Rossum sturen vanuit Bussum op 20 mei 1942 zijn uniform op, toiletartikelen en overige zaken.

WvRossem0019

Helaas wordt hiervan veel door de Duitsers afgenomen, het is “Verboten”. Ook de burgerkleding die in het bezit is, moet worden ingeleverd en wordt naar Nederland teruggestuurd. Menig kledingsstuk wordt vakkundig voorzien van briefjes of wordt achtergehouden of omgebouwd tot uniformstuk. Wil je ontsnappen, dan heb je burgerkleding nodig.

Ook hier net als in alle andere kampen, houdt men zich bezig met allerlei activiteiten om de dag door te komen. Lezen, kaarten, cursussen volgen, sporten etc etc. Kapitein dr Walther Boer begint hier met het oprichten van een mannenkoor. In de loop van de oorlog zal er onder zijn bezielende leiding een groot mannenkoor, orkest en diverse strijkensembles ontstaan van grote klasse.

Er heerst veel honger. De mannen worden als het ware gestraft en geconditioneerd, aanvulling van het karige menu door middel van Rode Kruispakketten loopt nog niet echt.

Ontsnappen is hier nog niet echt aan de orde, slechts een paar pogingen worden ondernomen zonder succes. Kapitein Mekkes weet bij het afhalen van een koffer met uniformstukken te ontsnappen en is 24 uur op vrije voeten. De luitenant Westland wordt meteen gegrepen als hij probeert zich te verstoppen onder een kar, waarmee de aardappelresten worden afgevoerd. In de loop der jaren zal de kunst van het uitbreken uitgroeien tot een hoog niveau maar op dit moment is men nog een “groentje” op dit gebied.

Een aantal oudere officieren en chronisch zieken wordt alsnog terug naar Nederland gestuurd. Velen denken, dat dit uiteindelijk ook met hen gaat gebeuren maar daar is geen sprake van. Uiteraard ontstaan er spanningen binnen zo’n grote groep militairen maar daardoor leert men wel, wat je aan iemand hebt. Er worden “kongsi’s” gevormd, groepjes militairen die een vriendenkring vormen en die samen lief en leed delen.

 Blom30424_BRK_300542_a

Van het kamp zelf zijn weinig foto’s bekend van de tijd dat de Nederlandse officieren daar zijn. Deze periode is ook kort, van 16 mei 1942 tot 1 augustus 1942. Onderstaand een foto, waarop de Serven te zien zijn, waarmee de Nederlanders contact hadden, omdat ze aan de andere kant van het prikkeldraad hun barakken hadden.

scannen0008

In de laatste weken van juli komt het bericht, dat de groep zal worden overgeplaatst. De geruchtenmachine komt op gang, en dit wordt nog versterkt door de Duitse Abwehr Hauptmann “Jullie gaan naar een mooi stenen gebouw met centrale verwarming in een heerlijk klimaat!”. Anderen denken aan een kamp op de Veluwe, sommigen zijn zelfs van mening dat de straftijd erop zit.

Het Nederlandse Rode Kruis geeft het thuisfront een bericht van de overplaatsing.

Blom30424_overplaatsing

Op 1, 2 en 3 augustus 1942 vertrekken de officieren in wagons naar onbekende bestemming. De bestemming zal later Stalag 371 in Stanislau blijken te zijn.

Wagon 14