Krijgsgevangen

Nederlandse militairen in Duitse krijgsgevangenschap 1940-1945

Oflag VIII C Juliusburg

Met het voornemen om van Oflag VI A Soest een geheel Frans kamp te maken, is er niet langer plaats voor de Nederlanders. Mogelijk dat ook de ontsnappingspoging van Ltz2 Hans Larive daarin heeft bijgedragen.

De 3 generaals uit de groep (Van der Bent, Baron van Lawick en Best) worden in september overgeplaatst naar Oflag IV B Königstein. De generaals Winkelman en de beide broers Baron van Voorst tot Voorst zijn begin juli 1940 al afgevoerd naar dit kamp. Zij hebben nooit in Oflag VI A Soest gezeten. De groep komt daarmee op 61 man.

Op 10 nov 1940 wordt de rest van de groep overgeplaatst naar Oflag VIII C Juliusburg. Hier treffen ze een klooster aan met een apart kerkje.
Het klooster “Amalienstift” geheten, is dan nog steeds in gebruik en 2/3 deel van het klooster wordt ingericht als krijgsgevangenkamp. De rest doet dienst als katholiek weeshuis compleet met nonnen en kinderen. Het ligt vlak bij het plaatsje Oels in Silezië, nu Olesnica geheten in het zuidwesten van Polen.

IMG_1328

IMG_1330

In het kamp waren al ongeveer 650 Belgische officieren aanwezig toen de Nederlanders aankwamen.

IMG_1332

briefkaart van een Belg aan zijn echtgenote

Bij aankomst troffen de Nederlanders ook enkele landgenoten aan, die enkele dagen eerder waren aangekomen. Dit waren de luitenant-kolonel Rooseboom en de kapiteins jurist Schepers en Eras. Zij hadden een belangrijke rol gespeeld bij de capitulatie en mede door hun toedoen waren 1.200 Duitse krijgsgevangenen, waaronder vele parachutisten op tijd afgevoerd naar Engeland. Andere officieren die er al waren: kapitein Romswinckel (adjudant van HM de Koningin), ltz1 Van Doorninck (adjudant van Generaal Winkelman), eerste-luitenant Van der Veen en tweede-luitenant Donkers.

IMG_1339[1]

v.l.n.r.: Schepers, van Doorninck, Rooseboom, Romswinckel en Eras.

Op 17 nov arriveert Ltz2 Diederik baron Van Lynden, die gewond was geraakt op 14 mei. Op 5 jan 1941 versterkt de sergeant Otten de gelederen en op 16 jan komt de tweede-luitenant Schelte Westra binnen. Hiermee komt het aantal Nederlanders op 68 man.

IMG_1337

1e kerst in gevangenschap, dec 1940

Er worden 2 slaapzalen ingericht (de luitenantskamer en de kapiteinskamer) en een 3e als leeszaal. Er worden ook groepjes van 8 man gevormd, “kongsi’s”. Deze mensen deelden lief en leed met elkaar en aten samen met elkaar aan tafel.

IMG_1333

Briefkaart van Ltz1 G. Fraser aan zijn echtgenote

In Juliusburg zijn de ltz2 Larive en de kapitein Trebels actief als ontvluchters. Trebels is handig en heeft met zijn vrouw al een code afgesproken, zodat hij in brieven kan aangeven, welke spullen opgestuurd moeten worden. In een blikje appelstroop wordt bijvoorbeeld Duits geld verborgen. Wetende dat na een poging de kans voor de ander minder wordt, proberen ze elkaar de loef af te steken. Larive vertrouwd op zijn scherpzinnigheid en bravoure. Larive wil samen met baron Van Lynden verkleed als Belgische soldaten via de moestuin ontsnappen. Hier wordt onder toezicht van een Belgische sergeant gewerkt.

Op 2 april 1941 lopen Larive en Van Lynden verkleed als Belgen naar de moestuin. De sergeant heeft door wat ze van plan zijn en vertelt hen, dat ze terug moeten keren. Anders waarschuwt hij de Duitsers. Larive en Van Lynden keren terug.

IMG_1334

Plattegrond uit het boek “Vanavond varen de Hollanders” van Hans Larive

Trebels wil samen met Van der Veen via de zolder ontsnappen. Hij heeft gezien, dat de koffers op een zolder zijn opgeslagen en soms mogen gevangenen hier spullen ophalen. Hij heeft een valse sleutel en weet op de zolder te komen. Via verschillende muren waar ze doorheen moeten, bereiken ze een trap die toegang geeft tot een buitendeur van het weeshuis.

Op 6 april 1941 lukt het beiden om te ontsnappen en via Zwitserland komen ze terecht in Nederlands-Indië waar ze deelnemen aan de strijd tegen de Japanners. Trebels komt hier opnieuw in krijgsgevangenschap. Van der Veen heeft meer geluk en weet met een zeilboot uit Batavia te ontkomen en het eiland Mauritius te bereiken.

De Nederlanders hebben zich door deze geslaagde ontsnapping gevestigd op het ontsnappingsfront.

De Duitsers reageren met extra appèls, extra doorzoekingen (zgn “Prüfung”) en het verbod om Rode Kruis pakketten op te laten sturen. Ook de postmogelijkheden werden verminderd. Als reactie laten de Nederlanders zich steeds meer gelden en worden zij steeds meer een last voor de Duitsers.

In juni 1941 mogen de Nederlanders een aantal keren gaan zwemmen in de buurt van het kamp. Voor de meesten een welkome afwisseling en voor de Duitse propagandamachine een mooie kans om te laten zien dat de krijgsgevangenen goed worden behandeld. In Juliusburg wordt de kapitein Quintus de Veer verstoten uit de groep. Hij heeft veel sympathie voor de Duitsers en steekt dit niet onder stoelen of banken. Uiteraard komt dit de saamhorigheid niet ten goede. “Feind hört mit” is een gehoorde uitspraak. De Nederlandse kampoudste, majoor Engles, verzoekt de Duitsers om De Veer te verwijderen uit het kamp. Op 11 mei 1941 wordt De Veer “Endlassen von Oflag VIII C Juliusburg ” en keert hij terug naar Nederland. Hij neemt dienst bij de Waffen-SS. Hij zal als Sturmbannführer (majoor) sneuvelen in april 1945 bij de strijd om Berlijn.

Op 21 juli wordt bekend, dat de groep zal worden overgeplaatst. Ze zijn er niet rouwig om, de Nederlanders zijn het gesar van de Duitsers beu en het feit, dat de overplaatsing richting het westen is, maakt de route naar Zwitserland korter. Op dat moment wordt ook tussen Engles, Giebel en Van den Heuvel besloten, dat laatstgenoemde als coordinator van alle ontsnappingspogingen zal optreden. Hiermee komen zijn eigen kansen te vervallen. Kandidaten voor ontsnapping worden met zorg gekozen; Engles wil de animositeit zoals die tussen Larive en Trebels gold, voorkomen.

IMG_1338

Op 23 juli ’s morgens vroeg verlaat de groep Juliusburg en in personenwagons wordt de reis naar het westen gemaakt. Op donderdag 24 juli komen ze aan in het stadje Colditz. Niemand heeft ooit van deze naam gehoord.