Nederlandse militairen in Duitse krijgsgevangenschap 1940-1945

Ilag VII/Oflag Tittmoning

Op 14 maart 1944 wordt tijdens een bezoek van een afgevaardigde van het Internationale Rode Kruis aan Oflag 67 Neubrandenburg, de opmerking gemaakt dat er binnenkort een overplaatsing zou zijn naar een ander kamp. Het kamp zou niet voldoen aan de eisen die aan een behoorlijk officierskamp konden en moesten worden gesteld.

De meesten vonden dit niet erg, omdat na het relatief goede bestaan in Stanislau, het kamp in Neubrandenburg een grote tegenvaller was en de omstandigheden er lang zo goed niet waren. Men dacht toen nog wel, dat het gehele kamp verplaatst zou worden.  

Op 6 april 1944 komt echter het bericht, dat er slechts 300 man overgeplaatst gaan worden. Dit zouden de “oudsten” zijn. Op 4 mei 1944 komt het bericht, dat de overplaatsing gepland is in de week voor Pinksteren. Er wordt dan veel in de barakken gediscussieerd: verdeling naar leeftijd of rang, samen uit samen thuis, Marinepersoneel die als een groep bij elkaar wil blijven etc. Echter al deze verzoeken worden door de Kampoudste (Genm Hackstroh) verworpen.

Uiteindelijk zijn het niet alleen de ouderen maar gaan er ook jongere officieren mee naar Tittmoning. Op Hemelvaartsdag 18 mei 1944 wordt er door de achterblijvenden een “lunch” aangeboden in de daarvoor feestelijk versierde Barak 8. Toespraken door de aftredende kampoudste Hackstroh (nieuwe Kampoudste wordt Genm N.T. Carstens) en dominee Vaandrager. De maaltijd is aangenaam een vrolijk en wordt ondermeer opgeluisterd door een optreden van de heren van het O.K. cabaret, die nog een allerlei stukjes voordroegen. Mizzie en Annie, de Boerenbont, Johnny en Jones, von Polreich, Forbes Wels en vd Burgh. Het feest wordt besloten met een klassiek concert o.l.v. Walter Boer.

Op 21 mei wordt bevolen, dat de vlag- en opperofficieren met de majoor van Wijk op 24 mei vertrekken. De reis gaat via Berlijn – Jena – Augsburg – München – Wiesmühl en vervolgens via een soort speelgoedtreintje naar Tittmoning, waar ze op 25 mei om 07.30 uur aankomen.

De overigen krijgen op 26 mei het bericht, dat het vertrek wegens verkeersmoeilijkheden met 2 a 3 weken is uitgesteld. Echter heel spoedig volgt het bevel:

1 juni: vertrek van de overige officieren naar Tittmoning. 31 mei: onderzoek van de grote bagage. Als handbagage mag worden meegenomen: 1 deken, 1 pr pantoffels, 1 lepel, 1 zakmes, 1 leesboek, 1 spel speelkaarten en levensmiddelen voor 2 dagen. Tafelmessen zijn taboe!

Als begeleider van het transport treedt de Lagerführer persoonlijk op: Oberstleutnant Hoffmeister. Na de vele ontsnappingen tijdens het transport van Stanislau naar Neubrandenburg, lijkt het lot van deze overste af te hangen van het komende transport.

Tijdens het verlaten van het kamp en de diverse Prüfungen, weet een jonge man in kapiteinsuniform tussen de groep vertrekkenden te komen en de plaats van een ander in te nemen. Het lukt hem, zelfs na het “foto” onderzoek om in de trein te komen.

In de goederenwagons gaan 20 officieren, dat zijn er een stuk minder dan de 35 die er voorheen in moesten. Maar men lacht te vroeg: deze 20 man moeten in de helft van de wagon. In de andere helft zijn 8 Duitse wachten. Met prikkeldraad is men gescheiden. In tegenstelling tot de reis van Stanislau naar Neubrandenburg, gebeurt er niets tijdens de reis en komt men fit aan in Tittmoning. Tijdens de reis heeft men wel een nieuw woord geleerd: “Entleeren”. Ik neem aan, dat ik niet hoef uit te leggen wat hiermee bedoeld wordt.

Verloop van de reis:

1 juni 05.00 uur appèl, afmars naar verzamelplaats, soep. Tussen 08.30 en 09.30 uur afmars in groepen van 30 man. 11.00 uur vertrek van de trein. Rijden om Berlijn heen. Wachten in Neu-Strelitz en Perleberg, daarna doorgereden naar Magdeburg en Leipzig. Onderweg soep! In de nacht van 1 op 2 juni in 2 ploegen geslapen. Aankomst om 08.30 uur in Tittmoning.

 P1070884

De burcht, waarin het kamp Illag / Oflag VII D Tittmoning gevestigd is.

P1070843

P1070847

P1070848

Vanaf 10 juli 1944 mag men wandelen en zwemmen in de omgeving. In ploegen van ongeveer 70 man. Men mag zelf kiezen: wandelen of zwemmen. Men mag niet van 2 walletjes eten, alhoewel hier wel eens een uitzondering voor wordt gemaakt. Er is een speciale regelofficier, omdat er in het begin nogal wat kritiek is: wandelingen te lang, te snel. Later is dit verbeterd door rustige wandelingen te houden en geen militaire marsen. Het zwemmen gebeurt op 35 minuten gaans van het kamp in het Moorbad Tittmoning. Hoewel de meesten het zwemmen niet zouden willen missen, zijn er toch mensen die naar huis schrijven dat het een vieze boel is.

Het wandelen gebeurt meestal ’s morgen van 08.00-11.00 uur en men moet een verklaring tekenen, dat men niet actief aan een ontvluchtingspoging zal deelnemen. Later is dat aangevuld met de belofte om geen omgang met de bevolking te hebben. Dit laatste wordt niet al te strikt opgevat en er wordt het nodige geruild met de plaatselijke bevolking.

12 juni 44: eerste uitreiking van Amerikaanse Rode Kruis pakketten.

5 juli 44: gelegenheid om voor de 1e keer de was in te leveren. Aankomst van enkele geestelijke verzorgers dominee Terlaak Poot en de majoor aalmoezenier Vos de Wael. Voor hun komst worden de diensten verzorgd door kolonel Barbas, majoor van der Schee en luitenant-kolonel van Leeuwen, bijgenaamd “de kardinaal”.

29 juni 44: verjaardag prins Bernhard. Er mag geen toespraak gehouden worden door Genm Hackstroh.

5 aug 44: verjaardag van prinses Irene. Nu mag het wel en het appèl van 08.00 uur wordt afgesloten met een “Leve Prinses Irene!” en een driewerf Hoera.

Het dagelijkse appèl gaat als volgt: Het appèl wordt gecommandeerd door de kampoudste zelf (Genm Hackstroh), die zich meldt bij de Duitse officier, meestal de Sonderführer ……, en enkele maal de Hauptmann Abwehroffizier. De appèls duren kort, ze hebben blijkbaar betere tellers dan in Neubrandenburg maar de groep is natuurlijk ook veel kleiner. Aan het einde salueert de Duitse officier voor de generaal Hackstroh, waarna deze de mannen laat inrukken.

In Tittmoning kunnen de mannen zich o.a. ook bezighouden met het sprokkelen, houthakken en zagen van hout. Hiertoe worden groepen van 70 a 80 man gevormd, die wandelen naar het bos (op Oostenrijks grondgebied) en gewapend met zakken, koffertjes, ransels, kap- en zakmessen krijgt men een half uur bewegingsvrijheid. Het bos is op 40 a 50 minuten wandelen van het kamp. De Duitsers geven aan, dat het hout niet langer mag zijn dan 1,5 meter en dat het dood hout moet zijn. Hieraan houdt men zich niet altijd. Sommigen hebben niet altijd zin in het houtsprokkelen en gebruiken deze wandeling om ook appels, aardappelen en knollen te sprokkelen. Door Mevr Wolfs-Tieleman werd verteld, dat haar vader, de eerste luitenant André Tieleman in juni 45 thuiskwam met een bruingebrand gezicht. Dit had hij van het vele houthakken in Tittmoning overgehouden.

Op 19 okt 44 overlijdt Mika de Kraai. Blijkbaar is deze kraai bij velen een bekende geweest en er wordt zelfs door de kolonel Reeser een “In Memoriam” geschreven, dat als volgt luidt: Beste jolige Mika, wat hebben wij een vreugd beleefd aan je bestaan in ons midden. Wat keken je vieve blauwe ogen ons guitig en trouw aan. Hoe leefde je met ons mee en bewaakte je ons vol zorg. Gingen we “en bloc” uit de burcht, dan keek je van boven af angstig op ons neer, als wou je zeggen: “Je komt toch zeker weer terug! Mijne vrienden laat mij niet alleen achter, ik behoor bij jullie”. Op koningins verjaardag tripte je nog zo vrolijk rond op het sportterrein en nu heeft het noodlot je plotseling achterhaald en je uit ons midden weggerukt. Je hebt – al was je dan slechts een dier – toch een leegte bij ons achtergelaten. Mooi opgezet, blijf je voor ons een herinnering, speciaal wel voor je zorgvolle verzorger, luitenant Tieleman.

Op 27 okt 44 wordt er een nieuw systeem van depot uitgifte ingevoerd. Er mogen per man slechts 2 blikjes in het depot op de Burcht worden achtergelaten. De rest gaat naar een lokaaltje in de stad. Uitgifte vanuit dit lokaal kan pas na schriftelijke aanvraag. Daarvoor is er een bus aangebracht bij de kleine keuken. Het nut van deze instelling is onduidelijk. Vermoedelijk gaat het erom, dat er naar de wet van een O.K.W.-order gehandeld moet worden. (O.K.W.=Oberkommando der Wehrmacht). Op 2 mei 45 wordt het lokaaltje opgeheven en krijgen alle mannen hun blikjes ongeopend uitgereikt. Dit is dus nog voor de officiële overgave van Duitsland.

Op 9 jan 45 komen de kapiteins van den Wall Bake en van den Heuvel aan uit Neubrandenburg. Beide heren zijn de leidende figuren van de “Reisvereniging”, de groep notoire ontsnappers. Van den Wall Bake is van de Stanislau-groep, van den Heuvel van de Colditz-groep. Beiden hebben in bijna alle ontsnappingspogingen een rol gespeeld, omdat zij vaak op de hoogte waren van alle activiteiten en zorgden voor de nodige coördinatie. Ook in Tittmoning gaan zij nog een rol spelen bij een ontsnapping! De kapitein Sitsen en de Off. Vlieger de Vriese worden als “tegenprestatie” voor de komst van van den Wall Bake en van den Heuvel naar Neubrandenburg overgeplaatst.

Op 24 jan 45 overlijdt de luitenant-kolonel Paul Jacobus Gaillard aan de gevolgen van pleuritis met bijkomende hartzwakte in het ziekenhuis van Tittmoning. Hij wordt begraven op het kerkhof te Tittmoning. (zie foto). Later wordt zijn stoffelijk overschot overgebracht naar Nederland en op plechtige wijze opnieuw ter aarde besteld op de erebegraafplaats bij Loenen.

graf lkol Gaillard tittmoning

Op 25 jan 45 vindt de begrafenis plaats. Hierbij zijn aanwezig: Genm Hackstroh met zijn adjudant majoor van Wijk, de kolonels Nijland, Rijkens en luitenant-kolonel Schukking als jaargenoten. Ook de kamergenoten van kamer 24 zijn er. De Marine is vertegenwoordig door schout bij nacht Jolles, en het KNIL door de majoor Engles. Ook zijn er nog de kapitein ter Zee van de Wetering de Rooy, de majoor Triebel en de vriend van de overledene, de kapitein P. de Boer. Ds Terlaak Poot voet het woord bij het graf en kapitein de Boer spreekt het dankwoord. Namens de Duitsers wordt er een Duitse krans op de baar gelegd, namens Genm Hackstroh een Nederlandse. Door de kapitein de Boer wordt er een krans gelegd namens de echtgenote en de kinderen en zelfs door de Franse krijgsgevangenen wordt er een krans gelegd. Door het Duitse vuurpeloton worden 3 salvo’s boven het graf afgegeven.

1 feb 45 wordt de Duitse Lagerkommandant vervangen door de oberstleutnant Hoffmeister, bekend uit Neubrandenburg. Deze wordt onder de gevangenen “de Kieuw” genoemd, omdat hij een litteken over de wang heeft (de zogenaamde “Scharfe Mensur”, die onder Duitse studenten bekend stond als teken van moed en die met een houw van een degen in het gezicht werd gemaakt). Hij wordt overigens ook wel “Willy” genoemd. 

16 apr 45 komen er Poolse, Engelse en Amerkaanse officieren aan in Tittmoning. Dit blijken “Prominente” te zijn: gevangenen die met nog meer bewaking worden vastgehouden en waarmee de Duitsers een deal kunnen sluiten met de geallieerden. Vaak waren dit mensen van adel, kinderen van generaals, familie van invloedrijke personen. Vanuit Oflag IV C Colditz komen o.a. Giles Romilly (neef van Churchill), Captain The Master of Elphinstone, Lieutenant Viscount Lascelles, Lieutenant Alexander (zoon van veldmaarschalk Alexander) en Lieutenant de Hamel aan. Een Poolse Prominente is Generaal Bor-Komorowski, die de opstand in Warschau leidde in 44 en die ook via Colditz naar Tittmoning wordt vervoerd. De Duitsers weten dat de oorlog ten einde loopt en ook hun kopstukken “verhuizen” naar hun laatste resort in de buurt van München.

Op 21 apr 45 te 01.00 plaatjesappèl in de cantine. De Engelsen zijn verdwenen!! De Duitsers arresteren van de Wall Bake en kornet Feenstra Kuiper, omdat ze het idee hebben dat zij hiermee te maken hebben. De Duitsers vermoeden dat de Engelsen nog in het gebouw zijn. De wachten worden verdubbeld en verscherpte maatregelen worden genomen. De Duitsers hebben geluk en de Engelsen worden gevonden. Ze bevonden zich in een schuilhoek van kamer 14. Omdat er diverse grote steunberen waren tegen de buitenmuur en de kamers grensden aan deze muur, had men de Engelsen in een steunbeer verstopt en de bedoeling was om dit enige dagen vol te houden, totdat de aandacht was verslapt. De Engelsen, Polen en Amerikanen worden overgeplaatst naar Oflag VII C te Laufen.

In Tittmoning hanteert men een “ruilcahier”, een schriftje waarin men kan aangeven, wat men aanbied en wat men vraagt. Daags na de ontvluchtingspoging van de Engelsen is er door de oppasser van de Engelsen ingeschreven: Many, many thanks to you all. Ben Mac Lean. Daaronder: Naam: Lagerkommandant. Aanbod: 6 Rationen Brot. Vraag: die verlorene Engländer.

Deze hele komedie was een dekmantel voor een werkelijke vluchtpoging: die van Giles Romilly en de eerste luitenant André Tieleman. In het dagboek van Kolonel Reeser wordt deze gebeurtenis gedetailleerd beschreven.

Op 1 mei 45 komt de kampoudste met een bericht van een Duitse generaal (District VII):

1. De oorlog is bijna afgelopen

2. Daarom wil ik u thans niet meer als krijgsgevangenen beschouwen doch als onze gasten met dien verstande, dat verzocht wordt de bruggen van het kasteel niet te overschrijden zonder speciale toestemming.

3. Binnen de bruggen zullen de prikkeldraadversperringen geopend worden.

Op 2 mei 45 beschikt men over een eigen radio die gekregen is van de Duitsers. Om 09.20 is er een witte vlag op de kerktoren van Tittmoning uitgestoken. Later is deze weer ingehaald, men zegt op last van van de SS (er is een kleine groep SS in Tittmoning aangekomen). Men zal de brug over de Salzach niet laten springen (verbinding met Oostenrijk). Duitse jongeren hebben zelf de springladingen uit de brug gehaald, terwijl een Franse krijgsgevangene de electrische ontstekingskabel heeft doorgeknipt!

Op 3 mei 45 wordt Genm Hackstroh gewekt door de Duitsers met de mededeling, dat de Amerikanen op 600 meter van Tittmoning staan. Ze willen hun pistolen bij de generaal inleveren (symbool van overgave bij officieren). Het is echter loos alarm.

Op 4 mei 45 wil men gaan wandelen als een Duitse onderofficier met het bericht van de majoor van Wijk komt: “het wandelen gaat niet door want de Amerikanen naderen Tittmoning”. Men tuurt vanaf het terras en de walgang richting het station in de hoop een Amerikaanse patrouille te ontdekken. Om 15.10 komt er een Amerikaanse scoutcar, bewapend met 2 mitrailleurs en bemand door een luitenant en 4 soldaten het slotplein oprijden. Ze hebben een burger-tolk bij zich (Hilfspolizei). Ze ontmoeten daar de Genm Hackstroh, de Duitse Lagerkommandant en Hauptmann Klau, de Abwehroffizier. De Duitse commandant geeft zich op bevel van Genm Hackstroh over!

De Amerikaanse militairen en hun uitrusting maken veel indruk op de Nederlandse officieren. Men verbaast zich over de zakelijkheid en hun optreden zonder de nodige ophef. Ook de voertuigen hebben ze niet eerder gezien, zoals een Jeep.

De Amerikanen schijnen allemaal wel over een fototoestel te beschikken en maken de nodige foto’s van deze gebeurtenis. Hoewel velen hun adres opgeven voor een afdruk, worden er geen foto’s opgestuurd. De kolonel Reeser – uit wiens dagboek deze informatie uit Tittmoning afkomstig is – weet wel enkele foto’s te bemachtigen die hier zijn weergegeven. Omdat men weet hoe de voedselsituatie is in Nederland, vinden sommigen dat het beter is om nog een maand te blijven voordat men terugkeert naar Nederland. Er komt nu steeds meer bedrijvigheid in het kamp en iedereen wil iets meemaken van deze gebeurtenissen. Men ziet o.a. het inleveren van de wapens van het wachtpersoneel. Een van de Duitse soldaten wil een dolk met inscriptie van de Hitlerjugend behouden met als argument: privatbesitz. Maar de Amerikanen pakken de dolk af, gooien hem in de jeep bij de andere wapens en vertellen hem: no weapons for ever!

Om 17.00 uur een plechtig ogenblik. Voor het aangetreden Nederlandse detachement wordt de trotse Nederlandse driekleur gehesen onder het blazen van het hoornsignaal door de Officier van Marine Stoomvaartdienst P. Koppen. Genm Hoackstroh houdt een toespraak en laat duidelijk blijken dat het een historisch ogenblik is, die niemand zal vergeten zolang hij leeft. Ook door de dominee en aalmoezenier worden toespraken gehouden.

Op 5 mei 45 om 08.00 uur zal de capitulatie in Nederland een feit zijn. ’s Morgens verzamelen de officieren zich wederom – maar nu als vrije mensen – op het slotplein en wederom wordt er een toespraak gehouden door Genm Hackstroh. Hij uit zijn dankbaarheid over het einde van de strijd in het geliefde vaderland.

Op 10 mei 45 vindt er een plechtigheid plaats in Tittmoning. Aan een aantal militairen van het 232e Regiment Infanterie zullen onderscheidingen worden uitgereikt en op verzoek van de Amerikanen zijn hierbij ook Nederlandse officieren aanwezig.

Voor een goed verslag van het leven van de officieren in Tittmoning, verwijs ik naar het dagboek van Kolonel Reeser, dat u vindt onder het menu Publicaties.