Krijgsgevangen

Nederlandse militairen in Duitse krijgsgevangenschap 1940-1945

KGF 31548 H.J.M. Derks

Henri Jan Marie Derks

H.J.M.Derks geb.Grave 21 juni 1910-overl.17 jan.1944 Neustrelitz

Eerste-Luitenant der Infanterie 2 R.I.

1910 – 1944

Henri Derks wordt geboren op 21 juni 1910 in Grave als zoon van J.J.H. Derks en Fr.M. van Hees. Na zijn dienstplicht wordt hij aangesteld als reserve-officier en is voorbestemd om op de Koninklijke Militaire Academie een opleiding voor beroepsofficier te volgen. Hier ontmoet hij Mies van Hoof, die in het verdere verloop van het verhaal nog verschillende keren geciteerd zal worden. In 1938 start Henri met zijn opleiding en in mei 1940 is hij als eerste-luitenant geplaatst bij het 2e regiment Infanterie te Venlo. Na de capitulatie worden alle militairen ontslagen en wordt aan hen de erewoordverklaring voorgelegd. Hij tekent en gaat als burger aan het werk.

Henk met ouders

Gedurende het begin van de bezetting is Henri actief in het verzet en helpt hij neergeschoten piloten over de grens naar België en Noord-Brabant. Ook heeft hij o.a. verkleed in een monnikspij Joodse landgenoten over de grens geholpen. Zelf heeft hij plannen om naar Engeland te gaan maar deze worden doorkruist door het krantenbericht, dat hij zich op 15 mei 1942 moet melden op de Ernst Casimirkazerne in Roermond. Om 08.30 uur ontmoeten hij en Mies elkaar op het station van Boxmeer om naar Roermond te gaan. In Roermond wordt de bekende verklaring voorgelezen dat men in krijgsgevangenschap gevoerd zal worden. Om 20.00 uur vertrekt de trein met onbekende bestemming. Het blijkt een dag later Oflag XIII B Teillager z.b.V. Nürnberg-Langwasser te zijn.

Oflag XIIIB Teillager zur besonderen Verfügung Nürnberg-Langwasser

Na de oorlog schrijft Mies van Hoof een brief over Henri Derks aan zijn neef H.J.M.W.G. Derks, woonachtig te Grave en hierin beschrijft hij een aantal gebeurtenissen, die hij tijdens gevangenschap aan zijn dagboek toevertrouwde:

4 juni: Drie officieren worden afgevoerd uit het kamp. Ze zijn in Nederland verraden als verzetsmensen.

5 juni: Henri ontvangt zijn officierskoffer. Ik kan nu van zijn toiletspullen gebruik maken (Opm. JvH: men was bij verrassing krijgsgevangen gemaakt en velen hadden hier niet op gerekend en hadden niets bij zich).

20 juni: De eerste brief mag naar huis geschreven worden! We mogen per maand 3 brieven en 4 briefkaarten verzenden.

24 juni: Mijn eerste levensmiddelenpakket van thuis ontvangen. De inhoud met Henri en samen met nog een andere officier opgegeten.

30 juni: Eerste Rode Kruispakket ontvangen.

9 juli: Henri ontvangt zijn eerste pakket. Hij is dolgelukkig.

20 juli: Steeds meer tekenen dat we overgeplaatst gaan worden.

30 juli: Bericht ontvangen dat we naar een ander kamp overgeplaatst gaan worden.

2 aug: Vertrek uit Nürnberg-Langwasser. Bestemming onbekend. Er zou een grote stenen kazerne zijn en het klimaat zou prima zijn.

In Nürnberg-Langwasser leeft Henri zeer gespannen. Hij heeft in het verzet gezeten en zeker als op 4 juni 3 officieren worden verraden en afgevoerd, is hij heel onrustig. Het is een opluchting voor hem als hij op 2 aug vertrekt uit Nürnberg-Langwasser.

De plaats van bestemming blijkt later Stanislau te zijn, op ongeveer 1.000 km van Nürnberg-Langwasser. Ze vertrekken op 2 aug 1942 om 14.00 uur. In elke wagon zitten 30 man. 1/3 slaapt, 1/3 zit en 1/3 staat. Op 7 aug om 20.20 uur komen ze aan op het station van Stanislau. Op 8 aug om 04.00 marcheert men af naar de kazerne en hier zullen hij en Mies blijven tot 12 jan 1944.

M-Stammlager 371 Stanislau

Het leven in Stanislau bestaat vooral uit het zichzelf bezighouden: studie, lezen, heel veel kaarten, ontsnappingsvoorbereidingen etc. ’s Avonds zijn er cabaret-, toneel- en muziekvoorstellingen die van een hoog niveau zijn. Dagelijks is er een heilige mis en op zondag een Gregoriaanse hoogmis. Henri is een van de misdienaars. Om uit de dagelijkse sleur te komen wordt elke gelegenheid aangegrepen om iets feestelijks te doen. Verjaardagen van de mannen zelf, van familie of regimentsdagen worden gevierd met een groep vrienden, die allemaal wat afstaan uit hun pakketten en hier wordt dan een feestmaal van gemaakt.

groepsfoto stanislau 002

Groepsfoto Stanislau. Henri Derks zittend 4e van links.

Henri is – in ieder geval uiterlijk – de eerste tijd veel minder gespannen maar als op 15 nov 1942 weer drie officieren worden afgevoerd naar Nederland die in het verzet hebben gezeten, neemt de onrust weer toe. Naast veel lezen, schaken en sport houdt hij zich bezig met houtsnijwerk, wat hem goed af gaat en waar hij vele uren zoet mee is. Op verzoek van de officieren maken de Russische oppassers vele sigarettenkistjes, die vaak fraai uitgesneden zijn uit één stuk en versiert met naam, krijgsgevangennummer en de naam CTAHNCΛAB (STANISLAU). Hieronder het kistje dat gemaakt is voor Henri.

houten kistje stanislau Kgf.31548 1e.Ltn.H.J.M.Derks 040 houten kistje stanislau Kgf.31548 1e.Ltn.H.J.M.Derks 041

Henri heeft een door hem zelf geconstrueerde houten sigarettendoosje met hierop het door hemzelf uitgesneden en geschilderde – naar het voorbeeld van zijn eigen wapen – het familiewapen Derks te Grave, bestemd voor zijn enige broer J.N.E.A. Derks (vader van H.J.M.W.G. Derks), die in 1933 een pasteltekening maakte van Henri’s officiersmantel en sabel.

houten sigarettendoosje gemaakt door 1e.Lt.2.R.I.H.J.M.Derks

Zonder dat hij het zelf kon bevroeden zat in het sigarettendoosje zijn afscheidsbrief dan wel zijn laatste brief, geschreven aan zijn directe familie te Grave.

Ter nagedachtenis-medaille-pasteltekening jnea derks 043 (aangepast)

De familie mag 4 pakketten per maand sturen en deze vormen een welkome aanvulling op het karige Duitse rantsoen. Mies is geen roker en alle sigaretten geeft hij aan Henri. Er zijn regelmatig ontvluchtingen maar meestal worden de mannen binnen 24-48 uur weer gepakt. De Pools bevolking heeft opdracht om iedereen die ze niet kennen te melden aan de politie. Voor alle ontsnappingen zijn spullen nodig: geld, papieren, kleding, landkaarten, kompassen etc. Er is een ontsnappingsorganisatie en Henri is hier ook lid van. Hij helpt bij het graven van tunnels, staat op wacht om tijdig de komst van Duitsers aan te kondigen of is anderszins actief. Hij heeft een definitief plan om te ontsnappen.

groepsfoto stanislau 001

Groepsfoto Stanislau.

Zittend v.l.n.r.: Ltz de Korver, kapt Kannemans, Lt Dassen en Lt Hornix

Staand v.l.n.r.: Henri Derks, Lt Zwitser, Lt Mies van Hoof, Lt Tieleman, Lt Donker, Lt Steenbrugge, Lt Dubois, Lt Bijl, Ltz van Dodeweerd, Lt van Dok en Lt van Duin

Op 9 december 1943 komen de eerste geruchten, dat de groep zal worden overgeplaatst naar het Westen i.v.m. de opmars van de Russen. Henri heeft zich voorgenomen om tijdens die verplaatsing te ontvluchten en zo mogelijk zo dicht mogelijk bij Berlijn. Hier woont een tante, Thea van der Sande – van Hees en hij hoopt via haar verder te kunnen reizen. Wat hij op dat moment niet weet is dat zijn tante 2 jaar eerder bij een bombardement om het leven is gekomen. Mies wijst hem op de zeer geringe kans van slagen maar Henri is tot geen andere gedachten te brengen. Hij heeft wat men noemt “prikkeldraadkoorts”. In de laatste brief aan zijn ouders schrijft hij: “De grote reis zal ik gaan aanvaarden”. Hij heeft het ook over “een duiker onder een beek die gevonden moet worden”, hiermee bedoelt hij het zoeken naar een onderduikadres.

Op 10 januari beginnen de transporten, die gedurende 3 dagen zullen plaatsvinden. Henri en Mies behoren tot het 3e transport. Op 12 jan om 18.30 worden 37 man ingeladen in de wagon. Er is geen verlichting maar wel een kachel en wat balen stro. Ook hier weer 1/3 slapen, 1/3 zitten en 1/3 staan. Het is geen comfortabele reis maar dat is men wel gewend.

De ontsnapping

Henri is helemaal voorbereid. Hij is gekleed in een trainingspak en heeft voldoende voedsel. In de wagon krijgt hij contact met de kapiteins Opsomer en Wijnman.

16 jan 1944. Het eerste plan is om een gat in de bodem van de wagon te maken. Dit blijkt onmogelijk. Het tweede plan is om een gat te zagen in de achterwand van de wagon. Dit lukt wel maar de poging wordt ontdekt omdat de zaagsnede licht doorlaat. Als dit wordt ontdekt is Henri in een “slaapploeg”.

17 jan 1944. Henri en de 2 anderen maken een nieuw plan. Ze zijn van plan om het prikkeldraad en de dwarsplanken voor het raampje te verwijderen en dan als de trein praktisch geen vaart meer heeft hieruit te klimmen. Bagage zal na geworpen worden door de anderen. Zelf kruipen ze naar de achterbumpers en proberen te ontvluchten. Alles verloopt vlot en om 22.30 uur kruipen ze alle 3 door het raampje. Als ze goed en wel uit de wagon zijn remt de trein plotseling sterk af voor het station van Neu-Strelitz. Het station is verlicht. Ze moeten dus van de achterbumpers springen. De kapitein Opsomer springt als eerste, nog voor de trein stilstaat en ziet kans weg te komen. Kapitein Wijnman en Henri houden zich schuil onder de wagons, Henri tegen de achterwielen van wagon nr 12 waarin Mies van Hoof zit en de kapitein Wijnman onder wagon 13. De patrouilles ontdekken in eerste instantie Wijnman en Henri niet maar een machinist die met een lamp de wielen controleert ontdekt Wijnman en slaat alarm. Wijnman probeert nog te ontvluchten maar wordt gearresteerd. Waarschijnlijk heeft Henri hierop besloten om de benen te nemen maar wordt neergeschoten tussen wagon 13 en 14. Waarschijnlijk door een niet gericht schot. Hoe het precies is gegaan weet niemand, niemand heeft iets gezien, zeker niet vanuit de wagon van Mies van Hoof. Door een heel klein raampje in de wagon kunnen enkele mannen op het perron kijken en zien dat iemand wordt weggedragen. Ze herkennen Henri aan zijn kleding. Ze weten niet waar ze met hem naar toe gaan. In het dagboek van de kapitein Kokje wordt het wel duidelijk: “De Duitsers leggen het lichaam in de wagon naast de onze met de woorden: “Hier ist euer Kamerad. Er ist tot”. De volgende dag is dit ook bekend bij Mies van Hoof.

Niemand heeft enig geluid gehoord van Henri zodat aangenomen mag worden dat hij op slag gedood is. Of het gebruik van het wapen noodzakelijk was door de patrouille is onduidelijk maar wel duidelijk was, is dat de Duisters zeer gespannen waren door de vele ontvluchtingen (118 !) die plaatsvonden tijdens deze 3 transporten naar Neubrandenburg.

18 jan 1944. Bij aankomst in Neubrandenburg om 00.00 uur weet men nog steeds niet hoe het met hem staat. Na uitgeladen te zijn verneemt Mies dat hij een paar wagons verder was binnengebracht. Praktisch geen bloedverlies en zijn gelaatstrekken zeer rustig volgens de verklaring van de wagonbewoners Van den Breemer en van Gilst. Het lichaam van Henri wordt op het perron gelegd. De bagage van Henri wordt door zorg van Mies afgegeven aan de Nederlandse kampleiding in Neubrandenburg.  Om 16.00 uur is er een rozenkransgebed voor Henri.

19 jan 1944. Na het appèl wordt er een gezongen Requiem mis voor Henri gehouden. Nog steeds geen bijzonderheden over datum en tijdstip van de begrafenis.

21 jan 1944. Na het ochtendappèl wordt bekend gemaakt dat de begrafenis om 14.45 zou plaatsvinden. Mies dringt aan bij de kampleiding om Henri in grijs uniform te begraven en de zegelring, polshorloge enz af te doen. Bij de begrafenis mogen 30 officieren aanwezig zijn. Om 14.00 afmars naar het kerkhof op enige afstand van het kamp gelegen in de open akkerlanden. Hierbij een tekening van deze akker.

tijdelijke begraafplaats1e.Ltn.2e.R.I.H.J.M.Derks Neubrandenburg

Er zijn 8 cadetten als dragers. Aalmoezenier en 3 misdienaars. Als cantoren: Dr Walther Boer, Lt Pantus, Lt de Waal, Lt vd Zande en Lt ? Officiele begeleiding: Genm Hackstroh, Schout bij Nacht Jolles, Kolonel Schmidt, Kapitein van Rhijn. Namens 2 RI: Lkol van Gent, Lt Peeters en Lt van Aalst. Verder: 16 kamer- en wagongenoten, waaronder de kapitein Wijnman.

De begraafplaats is eenvoudig maar prima onderhouden. De kist is bedekt met de Nederlandse vlag. Op het kerkhof de gebruikelijke gebeden en gezangen door de aalmoezenier en het koor. Door het Duitse vuurpeloton worden 3 salvo’s afgegeven. Na het zinken van de kist wordt een krans gelegd door Genm Hackstroh namens alle officieren en een krans door een Duitse officier namens de Wehrmacht. Henri is met militaire eer begraven. De majoor Crevecoeur bedankt namens de familie. Hieronder het bidprentje.

Tekst Bidprentje 1e Ltn.2e.R.I. Henri Jan Marie Derks 1910-1940 Bidprentje 1e.Ltn 2eR.I. Henri Jan Marie Derks 1910-1944

Na de oorlog kost het de Nederlandse autoriteiten veel moeite om het stoffelijk overschot van Henri naar Nederland overgebracht te krijgen. De koude oorlog is al begonnen. Op 15 juni 1949 is Henri met militaire eer herbegraven op het kerkhof te Grave onder grote belangstelling van burgers en militaire autoriteiten. Op 22 oktober 1984 is Henri op verzoek van de familie herbegraven op het militaire ereveld op de Grebbeberg. Op rij 12 grafnr 6 heeft Henri na 40 jaar eindelijk zijn laatste rustplaats gevonden.

H.J.M.Derks

Slotwoord

Henri heeft uiteindelijk het hoogste offer gebracht in zijn poging zich te onttrekken aan krijgsgevangenschap. Het is wrang, dat hierbij nooit op initiatief van de Nederlandse regering een postume onderscheiding is uitgereikt. Slechts op aandringen van zijn neef H.J.M.W.G. Derks is aan Henri tientallen jaren later het mobilisatiekruis uitgereikt.

Ter nagedachtenis-medaille-pasteltekening jnea derks 045

Zonder anderen tekort te willen doet deze onderscheiding geen recht aan het offer dat Henri heeft gebracht. Daar waar anderen die met succes wisten te ontsnappen het Bronzen Kruis kregen, zou deze onderscheiding ook aan Henri uitgereikt moeten worden. Het is nooit te laat om dit recht te zetten.