Krijgsgevangen

Nederlandse militairen in Duitse krijgsgevangenschap 1940-1945

KGF 31161 Q.J.Ham

1e Luitenant der Infanterie geboren te Ambt-Vollenhoven op 22 juni 1913.

q_j_Ha1

KGF 31161
Ontsnapt uit krijgsgevangenschap
Vermoord door “Aktion Kugel”in Mauthausen op 2 mei 1944 en geëerd met een monument.

Deze pagina is mede tot stand gekomen door een familielid Tom Kouwenhoven.

Tijdens de overplaatsing van de militairen van Stanislau naar Neubrandenburg worden de groepen verdeeld over een aantal treinen die op verschillende dagen afreizen. De hoofdofficieren, adelborsten, cadetten en de Colditz-groep gaan in het eerste transport van 10 januari 1944 mee. De Duitsers zijn veel te bang, dat er problemen gaan ontstaan en verwachten niet dat de hoofdofficieren voor problemen gaan zorgen. Daarom kunnen ze hun aandacht op de Colditz-groep en de cadetten en adelborsten richten.

Alle Stanislauers die ontvluchtingsplannen hebben, gaan met het tweede transport mee van 11 januari 1944. Hierin zit ook Quirinus Ham. Op weg naar het station probeert luitenant Young om zich in een duiker te verstoppen. Een Duitser ziet dit en schiet Young die zich op geen enkele manier kan verweren in de borst. Verder op weg naar het station ontdoen de luitenants Ham en Rookmaker zich steeds meer van hun militaire uitrusting en doen burgerkleding aan. Op een gegeven moment als er rumoer is in de groep, lopen ze rustig een straatje in. Hun vlucht blijft onopgemerkt en ze kunnen aan hun reis beginnen om Hongarije te bereiken.

Ze lopen 4 dagen door de Karpaten maar komen helaas niet in contact met de Oekraïnse partizanen die hen verder kunnen helpen. In de buurt van de Hongaarse grens wordt het tweetal opgemerkt door een grenswacht en gearresteerd. Ze moeten terug naar Stanislau en komen op 18 januari 1944 terecht in de quarantainebarak van Stalag 371.

IMG_0153

Het quarantainegebouw in Stalag 371 Stanislau

In verband met kans op vlektyphus moeten ze 3 weken in quarantaine blijven. In deze barak zien ze de luitenants Stuffken en de Heer, die uit de trein waren ontsnapt en ook dagen door de Karpaten hebben gelopen. Ook zij worden in de buurt van de Hongaarse grens gegrepen en in een lokale gevangenis opgesloten. Hieruit weten ze te ontsnappen maar worden weer gegrepen. Via de gevangenis van Kalush worden ze naar Stanislau gebracht, waar ze ook in de quarantainebarak moeten blijven. Later komen ook nog luitenant Boxman, aspirant-officier marinevlieger Popelier en cadet-vaandrig Verhage er bij. Boxman is uit de trein gesprongen en Popelier en Verhage zijn uit het cadettenkamp ontsnapt op 11 januari 1944. Op 21 januari wordt de groep verder uitgebreid met luitenant Eggink, die uit de trein is gesprongen maar de groep is kwijtgeraakt en op eigen houtje is verdergegaan.

Hoe is nu de situatie op 21 januari 1944 in Stanislau? De transporten naar Neubrandenburg hebben plaatsgevonden. 8 man zitten in de quarantainebarak en 3 man worden in een Duits hospitaal verzorgd. Dit zijn kapitein Mulder, die op 10 februari overlijdt, luitenant Young die beschoten is en sergeant-adelborst van der Willigen, die herstellende is van een longontsteking. Verder zijn er nog 7 officieren, die ondergedoken hebben gezeten onder de toneelvloer in de hoop te kunnen ontsnappen als het kamp leeg zou zijn. Zij worden op 21 januari ontdekt en op 22 januari alsnog naar Neubrandenburg gestuurd. Deze 7 officieren hebben de 8 man in de quarantainebarak gezien en ze weten wie het zijn.

Op 7 februari wordt aan de 8 man verteld, dat ze de volgende dag naar Neubrandenburg zullen gaan. Speciaal hiervoor zijn er Duitse bewakers gekomen uit Lemberg (Lwow). De reis wordt op de 8e afgezegd en de mannen worden overgebracht naar een van de verdiepingen van het Duitse wachtgebouw, dat buiten het prikkeldraad aan de voorzijde van het kamp ligt.

IMG_0151

Helemaal rechts achteraan is het Duitse wachtgebouw te zien.

Ongeveer op hetzelfde moment voegen Young en van der Willigen zich bij de groep, zodat er een groep van 10 man ontstaat. Door de Duitsers worden de mannen goed behandeld, ze kunnen alleen niet veel bewegen en weten niet waar ze aan toe zijn. Ze willen zo snel mogelijk naar Neubrandenburg. De Duitsers adviseren ook om de post al door de familie naar Oflag 67 Neubrandenburg te laten sturen. Op zondag mogen ze een bad nemen en naar de protestantse eredienst in het kamp. Toch proberen ze nog te ontvluchten maar dit wordt in de kiem gesmoord.

Op 21 februari wordt van der Willigen uit de groep gehaald en als enige naar een Frans krijgsgevangenkamp gebracht, war hij wordt gekeurd. Op 25 februari wordt hij afgeleverd in Neubrandenburg. Van der Willigen is de enige van de groep die geen vluchtpoging heeft ondernomen, hij was herstellende van een longontsteking. Van der Willigen licht de Nederlandse kampleiding in, dat er nog 9 man in Stanislau zijn. Vreemd, dat de 7 officieren die op 22 januari naar Neubrandenburg zijn gegaan, dit niet gedaan hebben. Enkele weken later krijgen ze te horen, dat de 9 man niet meer in Stanislau zijn en dat hun verblijfplaats onbekend is…….

Op 22 februari krijgt de groep bezoek van de Duitse kolonel Stockmann, die belast is met het toezicht op de krijgsgevangen in het district waarin Stanislau ligt. Hij verzekert de Nederlanders dat ze naar Neubrandenburg zullen gaan zodra er transport is.

In de tussentijd zijn de Duitsers op de hoogte van het grote aantal ontsnappingspogingen die gedaan zijn tijdens het transport naar Neubrandenburg (118 !). De Sicherheitsdienst wil de 9 man vasthouden totdat duidelijk is wie verantwoordelijk is voor deze massale ontsnappingen. Ze laten hun prooi niet meer los! De sfeer tussen de bewakers en de Nederlanders blijft goed en de mannen mogen zelfs hun maaltijdwensen kenbaar maken. Op erewoord naar de bioscoop wordt echter niet gehonoreerd.

In een goed gesprek met een Feldwebel van de wacht komt Rookmaker erachter, wat de ware bedoeling is van de Duitsers met de 9 man. Het is daarom dat de groep weer een ontsnappingspoging doet. Op 3 maart 1944 vind de ontsnapping plaats maar hoe dit is gegaan is onbekend. Ze worden gegrepen en tot begin april opgesloten en slecht behandeld.

Aktion Kugel

Eind 1943- begin 1944 ontvluchten er op grote schaal krijgsgevangenen. Hierbij bevinden zich veel Russen, die zien dat het front in het oosten steeds meer naar Duitsland opschuift. Ook het aantal verzetsstrijders neemt toe. De Duitsers vaardigen een maatregel af, die ze de “Aktion Kugel” noemen. Deze maatregel houdt in, dat elke ontsnapte krijgsgevangene die gearresteerd wordt, niet terug gaat naar zijn krijgsgevangenkamp maar moet worden overgedragen aan de Sicherheitspolizei met het codewoord “Stufe 3”. Van de arrestatie mag geen enkele mededeling worden gedaan. Gemeld wordt dat de krijgsgevangene is ontvucht en niet is gearresteerd. Deze maatregel geldt niet voor Amerikaanse en Engelse krijgsgevangenen. De Duitsers zijn te bang voor de gevolgen hiervan (extra bombardementen op de steden). De gearresteerden moeten worden overgebracht naar het concentratiekamp Mauthausen bij Wenen. Hier moeten ze met een “Genickschuss” worden vermoord.

Begin april worden de mannen overgebracht naar concentratiekamp Gross Rosen (in de buurt van Breslau). Zoals alle nieuwkomers, worden ze flink afgeranseld.

Young, Popelier en Verhage zijn zeer verzwakt en Young en Popelier gaan in juni naar Mauthausen. Verhage in augustus 1944. Er is geen nauwkeurig informatie maar aangenomen mag worden dat ze in de winter van 44-45 door ontbering zijn omgekomen of in februari 1945 zijn vergast. Op 23 februari 1945 worden de laatste vijf nog in leven zijnde Nederlandse officieren in Mauthausen vergast en waarschijnlijk behoren Young, Popelier en Verhage hierbij.

De andere 6 man proberen zelfs in Gross Rosen nog te vluchten maar worden zeer spoedig afgevoerd naar Mauthausen. Hier komen ze terecht in barak 20, het zogenaamde isolementslager. Ook uit dit lager hebben gevangenen enkele keren getracht te ontsnappen, omdat ze weten wat hen te wachten staat. Ook de 6 man hebben samen met 100 anderen weer een vluchtpoging ondernomen. Helaas mislukt deze en op 2 mei 1944 volgt hun executie. Voor deze mannen die veel moed en moreel hebben getoond, is er na de oorlog zelfs geen posthume onderscheiding!

In totaal vinden in Mauthausen ongeveer 4.700 officieren en onderofficieren de dood in het kader van de “Aktion Kugel”. Het merendeel hiervan (2.000) zijn Russen.

q_j_Ha12

Ham staande 3e van links, Rookmaker geheel vooraan 2e van links

q_j_Ha14

Ham 2e van links, Rookmaker 2e van rechts

q_j_Ha15

Rookmaker staand geheel rechts, zittend ernaast Ham

q_j_Ha3

q_j_Ha4q_j_Ha5

Brief van HM Koningin Wilhelmina

q_j_Ha6

Brief van ZKH Prins Bernhard