Krijgsgevangen

Nederlandse militairen in Duitse krijgsgevangenschap 1940-1945

Gevangenname op 15 Mei 1942

In dit hoofdstuk beschrijf ik de wijze waarop de gevangenname plaats vond op 15 mei 1942. Ik zal proberen uit alle 5 kazerne’s (Assen, Breda, Bussum, Ede en Roermond) verhalen op te tekenen, zoals ik die heb gevonden in verschillende dagboekaantekeningen en verslagen.

Breda

Onderstaande tekst is afkomstig van de cadet-vaandrig de Haas Kgf 30902 en was bedoeld om voorgelezen te worden op Oudejaarsavond 1943 in kamer 52 van het Cadettenkamp.

Nog één hoek om en toen stond ik voor de ingang van de Chasséekazerne. Bij het kleermakerswinkeltje stond een groepje jaargenoten van me, die me met een schaterend lachsalvo en een flinke serie rotwitzen ontvingen. Nu, enige reden was daar wel voor: Ik had nl. met alle mogelijkheden rekening gehouden en me daarom meer degelijk dan sjors gekleed: soldatenkistjes, een stevig grijs pak, een wollen trui, een oude loden jas, een afgedragen rooie hoed (scheef op mijn kop) en een aan alle kanten uitpuilende actetas. Deze dikke kleding was (oppervlakkig bezien) nog des te belachelijker, omdat het zeer warm was.

Spoedig werd de algemene aandacht overgebracht op andere juist aankomende collega’s. Het was een leuk weerzien. Velen had ik in twee jaar niet ontmoet en nu zag ik ze hier in bal terug. Na verschillende komieke voorvallen en gezegdes uit onze Academietijd opgehaald te hebben, kwam het gesprek op het doel van deze aanmelding. De grote meerderheid was van mening, dat we direct losgelaten zouden worden. Dat kon ik trouwens ook al direct weten, zonder dat ze het vertelden: velen waren in dunne zomerkleding, zonder enige bagage gekomen. De (vrij weinige) pessimisten hadden echter koffertjes en tassen meegebracht.

Om goed 14.00 uur mochten we het Chassée-terrein op. Een enkeling die niet aan vrijlating geloofde, keerde nog terug toen hij vlak voor de poort stond. Om 14.15 uur waren we allen in de exercitieloods. Om 14.45 begon men met het oplezen van een groot aantal namen. Voor zover aanwezig, werden deze personen in groepjes weggebracht. Eerst wisten we niet met welk doel deze namen opgelezen werden maar na enige tijd kregen we in de gaten dat het N.S.B.ers waren, of personen wier werk van groot belang was voor de Duitsers. We hebben deze “heren” niet meer gezien. Het oplezen van de namen werd een keer onderbroken daar we teveel lawaai maakten; een Duitse officier riep ons toen toe, dat hij ons een nacht vast zou houden, als dit nog eens voorkwam (!!!). Vervolgens werden enige personen (waaronder enige collega’s) voorgeroepen, die door de Duitsers gezocht werden. Niet één van hen was aanwezig.

Na enige tijd moest het grote overblijvende gedeelte, de meegebrachte papieren inleveren. Om 16.45 uur beval een Hauptmann stilte, om een bekendmaking van generaal Christiansen voor te lezen. Deze begon met te constateren, dat de Führer in Mei 1940 zo grootmoedig was geweest om ons op erewoord vrij te laten; aber ….

 Kuys002a

Op dat moment begreep ik, dat we vastgehouden zouden worden. De ellendige onzekerheid was voorbij! Ik ging op mijn tas zitten om een sigaretje te rollen. Ondertussen werd de exercitieloods snel door gewapende Duitse soldaten omsingeld. De Hauptmann vertelde verder, dat we op dat moment ontslagen waren van ons erewoord en dat we weer als krijgsgevangene behandeld zouden worden. Iedere ontvluchtingspoging zou met gebruikmaking van de wapenen worden tegengegaan. Een S.A.man herhaalde daarna de bekendmaking in zuiver Nederlands.

Ieder van ons moest een kaart ondertekenen en adresseren (zonder er iets anders te mogen bijschrijven) waarop verzocht werd onderkleding, uniformkleding, toiletartikelen enz op te sturen.

Kuys002

Na enige orders en tegenorders (deze blijken dus ook in het Duitse leger voor te komen) werd bepaald, dat we distributiekaarten en sleutels naar huis mochten sturen. Om 17.30 uur werden de deuren van de exercitieloods weer geopend. Er was een lang cordon gevormd rond het nieuwe eetgebouw, de exercitieloods en de balken, waarbinnen we ons mochten bewegen. Met een collega heb ik er wat rondgelopen en als goede cadetten schreven we natuurlijk direct een voorraad balkanfilm af. In de eetzaal konden we volop heerlijke dikke soep krijgen, met veel princessebonen en vlees erin. Ik wilde eerst na één bord al ophouden maar toen anderen me erop wezen dat we misschien de eerste tijd niet veel meer te eten zouden krijgen, heb ik nog drie borden naar binnen weten te werken.

Tegen 19.00 uur werd er bevel gegeven, om op het exercitieveld met zessen aan te treden. Toen de hele fille na enig horten en stoten in beweging was gekomen en we langs de singel marcheerden, was het bepaald komiek om te zien, hoe zwaar we bewaakt werden: Na 6 rijen Hollanders liep een rij Duitsers, aan weerszijden van de colonne liepen Duitsers; langs de singel waren mitrailleurs opgesteld; de straten waren afgezet en het publiek werd op flinke afstand gehouden; alle ramen en deuren waren gesloten; motorfietsen met pistoolmitrailleurs in het zijspan reden langs ons heen en weer, en 3 overvalwagens met Grüne Polizei completeerden het geheel.

Terwijl we langs de singels marcheerden, floten we vaderlandse liederen zoals ”t is plicht dat iedere jongen”. De mensen in de zijstraten zwaaiden naar ons; wij zwaaiden terug en floten maar: “voor koningin en vaderland”. Voor de ramen der huizen wuifde men ons toe. Tot nu toe was ik innerlijk heel rustig geweest; maar dit afscheid van Breda ontroerde me zo, dat de tranen me in de ogen sprongen.

Op het station stond er een grote extra trein voor ons gereed. Ik trof het slecht, want ik kwam in een oude 3e klasse coupé terecht, terwijl er vrij veel 2e en 1e klasse coupé’s bij waren. Na 10 minuten, om 20.05 uur vertrokken we richting Duitsland. Enige kilometers buiten Breda stonden nog overal mensen langs de spoorbaan naar ons te zwaaien. De Bredasche bevolking toonde ons, dat we de sympathie van het Nederlandse volk hebben.

In Boxtel hadden we nog een aardig voorval: Het personeel van de locomotief werd afgelost. Toen de trein weer begon te rijden, sprong de afgeloste machinist in de houding en bracht de militaire groet. Steeds strammer werd zijn houding. Hij trok zijn buik in. Hij strekte zijn linkerhand. Zijn borst kwam naar voren. Hij bracht ons de laatste groet van het scheidende vaderland….

Het was bijna donker toen de de grens naderden. Vlak voor de brug bij Gennep klonk een geweerschot: een collega had een ontvluchtingskans aangegrepen en was uit de rijdende trein gesprongen. (volgens G. van Amstel in het boek “De Zak met Vlooien” was dat de Kapitein Chris Tonnet). Verder reden we. Oostwaarts. Weg van het vaderland……. Wanneer en hoe zullen wij het weerzien?

Roermond

De volgende tekst is uit het dagboek van de 1e luitenant Mies van Hoof, KGF 31549.

15 Mei 1942. Ongeveer 08.00 uur thuis vertrokken. De benodigde formulieren laten klaarmaken op het Arbeidsbureau en daarna naar het station. 08.40 uur vertrek vanuit Boxmeer, aldaar getroffen Henk Derks (1e luitenant, KGF 31548). Tesamen de reis naar Roermond begonnen. Aldaar aangekomen nog iets gebruikt in Hotel Germania. Te 14.00 uur melden in de nieuwe kazerne te Roermond. Ongeveer 17.30 uur werd de krijgsgevangenschap aangezegd. Mededeling hiervan aan huis verzonden, alsmede verzoek voor opzending van uniform enz. In de kazerne nog een warmen maaltijd gekregen (boonensoep – zeer goed).

Hierna afmarsch naar het stationsemplacement. Te 19.00 uur ingeladen en ongeveer 20.00 uur vertrek.

Assen

De volgende tekst is uit het dagboek van de kapitein M.J. Kokje, KGF 30105.

Na de jongens naar school te hebben gebracht en afscheid te hebben genomen van Zus en de beide kleintjes, vertrokken om 09.30 uur naar Assen. Ontmoet in de trein Tielrooy, bij wie ik in Assen zal lunchen. Heb de nodige bagage bij me. Alie zorgt voor een flinke lunch en om 14.00 uur melden we ons, met enige honderden anderen, in de Frieslandkazerne. De meesten onbewust van hetgeen ons boven het hoofd hangt maar ik heb een kwaad vermoeden.

Appèl. N.S.B.ers krijgen een groene kaart en verdwijnen, waaronder L.de L. , door ons genegeerd. Daarna voorlezing van het besluit van de Führer, dat de gunst om op erewoord vrij rond te lopen, is ingetrokken. Transport naar Duitsland staat gereed. We zitten in de val! Bagage van Klaas en mij wordt gebracht (ik had deze bij Tielrooij voorlopig achtergelaten). Inlevering van geld, papieren etc. die naar huis zullen worden gestuurd. We krijgen een flinke portie erwtensoep. Levensmiddelen voor drie dagen worden uitgereikt. Overvloedig. Inmiddels reeds vele uren verstreken.

Te 20.00 uur onder grote publieke belangstelling met bussen naar het station, natuurlijk onder zware bewaking. Snel over Groningen en Nieuwe Schans naar Duitsland.

Ede

Over de gevangenname in Ede heb ik nog geen dagboekverslag. Wel heb ik een Duits propaganda artikel, dat geschreven is door luitenant Sepp Werner, die belast was met het transport van de officieren vanuit Ede naar Duitsland.

An der Rückführung der ehemaligen Niederl. Berufsoffiziere und Offiziersanwärter in die Kriegsgefangenschaft am 15-5-1942 war auch unsere Abteilung beteiligt. Über 500 der rund 2000 Offiziere wurden durch uns im Gefangenenlager gebracht. Von der Fahrt dorthin erzählt nachstehender Bericht.

Die befehlenen Einsatzzüge hatten Waffen, Munition und Verpflegung für zwei Tage empfangen. Zu welchem Zweck war ausser den Zugführern niemand bekannt. Es lag allerdings in der Luft, dass es sich mit den holl. Offizieren und -anwärtern zu tun haben müsste, die gerade eben, nachmittags 2 Uhr in der Infanteriekaszerne zur Kontroll Versammlung erschienen.

Die erwartungsvolle Spannung löst sich, als kurze Zeit später die Aufgabe bekannt wird: die militär Sicherung zu übernehmen bei der kurz beforstehende Wiedergefangennahme der holl. Off. und Anw. sowie den Transport der Gefangenen nach Deutschland zu begleiten.

Auf Stichwort rücken die Einsatzzüge zur Infanteriekaserne und während der Abteilungskommandeur im Auftrage des Oberkommandos der Wehrmacht den versammelten etwa 600 Off. und Anw. die Rückführung in die Gefangenschaft und die Begründung dafür bekannt gibt, führen wir die erforderliche Sicherungsmassnahmen durch. Einige Dutzend als deutschfreundlich bekannte Off. bleiben von der Gefangennahme ausgeschlossen und können mit Sonderausweis die Kaserne verlassen. Die übrige – es sind über 500 – erhalten in der Kantine ein warmes Abendessen und werden in Anschluss daran zum Bahnhof geführt, wo bereits der Sonderzug wartet. In kurzer Zeit sind die Gefangenen eingestiegen, die Einsatzzüge werden über die Wagen verteilt. Alles gehr ruhig und ohne Zwischenfall vor sich.

(hierna volgt de beschrijving van de reis, die als een vakantiereis door het fraaie Duitsland wordt beschreven. Aan het einde bedanken de Nederlanders volgens luitenant Sepp Werner zelfs voor de goede zorgen !)