Krijgsgevangen

Nederlandse militairen in Duitse krijgsgevangenschap 1940-1945

Dubbelganger 28-12-1942

In juli 1941 komt de Franse luitenant André Perodeau aan in Colditz. Hij merkt, dat hij veel lijkt op de Duitse klusjesman Willy Pöhnert, die in de stad woont en regelmatig wordt opgeroepen om allerlei klusjes te komen doen. Ze zijn bijna even groot, hetzelfde gebouwd, zelfde huidskleur en leeftijd. Gedurende langere tijd bestudeert Perodeau de manier waarop Willy is gekleed, de manier waarop hij praat en beweegt.

Perodeau vraagt toestemming voor deze poging en na goedkeuring begint hij aan de voorbereidingen. De broek wordt gemaakt van een pyjama broek, die geschonken wordt door de luitenant Duque. Deze wordt geverfd. De pet wordt gemaakt van een deken en de jas wordt gemaakt van een laken, dat geverfd is. Een belangrijk ander kledingstuk, de sjawl die Willy altijd draagt, wordt geschonken door een Poolse officier, die een gelijkende sjawl heeft. Het benodigde ausweis wordt op goed geluk gemaakt, nadat iemand anders tijdens het presenteren van een echt ausweis aan een bewaker, goed heeft gekeken welke kleur dit document heeft en welke stempels erop moeten staan.

Op de dag van de poging, staat Perodeau klaar in zijn outfit. Hij wil proberen rond 17.30 uur te ontsnappen, net voordat de wacht wordt afgelost. Willy is dan nog in het kasteel bezig met het repareren van een leiding, die uiteraard door de gevangenen onklaar is gemaakt. Perodeau loopt op de binnenplaats naar de poort en klopt aan. Er wordt opengedaan en er wordt slechts vluchtig naar het ausweis gekeken. Hij heeft het eerst opstakel overwonnen.

Na de poort linksaf naar de 2e poort, die toegang geeft tot de Duitse binnenplaats. De wacht roept Peroedeau na maar Perodeau verstaat geen Duits. Hij heeft een zin ingestudeerd, die hij op goed gelukt terugroept: “Ich hab’s eilig. Ich komme wieder!” Ik heb haast, ik kom terug.  Bij de 2e poort geeft Perodeau zijn ausweis en de wacht inspecteert minutieus dit document. Ook kijkt de wacht Perodeau aan. Perodeau voelt dat hij in moeilijkheden is. De wacht vraagt hem iets maar Perodeau kan niet antwoorden. Er wordt weer wat gevraagd maar weer geen antwoord. De wacht pakt zijn wapen en richt het op Perodeau. Hij pakt de telefoon en belt met de veiligheidsofficier van dienst. Perodeau wordt teruggevoerd naar de 1e wacht bij de poort naar de binnenplaats van de gevangenen. Perodeau weet, dat het slechts een kwestie van tijd is, voordat de echte Willy bij de poort komt en de identiteit vastgesteld kan worden. Hij heeft echter nog steeds zijn papieren en geld bij zich. Aan de andere kant van de poort, staan een aantal Franse gevangenen. Ze hebben via de ramen de ontsnapping kunnen volgen en weten, dat Perodeau voor de poort staat. In een flits bukt Perodeau zich en schuift de papieren en geld onder de poort door. Voordat de bewaker weet wat er is gebeurd, zijn de mannen er vandoor met de kostbare documenten en geld.

Willy Pöhnert en André Perodeau worden naar de Kommandantur gebracht, waar allerlei vragen worden gesteld. Heeft Willy hier iets mee te maken, is hij omgekocht, hoe kwam Perodeau aan de kleding? Willy weet van niets en ook Perodeau verklaart, dat Willy er niets mee te maken heeft. Perodeau wordt gestraft met 2 weken eenzame opsluiting. In de periode hierna wordt Willy steevast Herr Perodeau genoemd, als hij weer een klusje komt doen. Na de oorlog blijven Perodeau en Willy bevriend en Willy bezoekt André in Parijs. Volgens familie van Willy wist Willy wel degelijk van deze ontsnapping en had hij hieraan meegewerkt. We zullen het nooit helemaal zeker weten.

Uiteraard werd van deze dubbelganger een foto gemaakt in de Kommandantur.

1. links André Perodeau, rechts Willy Pöhnert

Bronnen:

Collectie Johan van Hoppe: 1